Het heel bijzondere voorjaar in Twente van 1872.

Bijna alle weeramateurs weten het dat in een zeer strenge winter het zeewater voor onze kust een temperatuur kan aannemen van beneden het vriespunt. De laatste keer dat dit gebeurde was in de winter van 1962-1963. Verschillende bronnen spreken over een zeewater temperatuur van enkele graden beneden het vriespunt. Ook moet er toen voor de laatste keer ijs hebben gelegen voor onze west kust hoofdzakelijk afkomstig uit onze rivieren. Ten noorden van de Wadden eilanden moet zich zelfs drijfijs hebben gevormd. Als dit juist is dan moet het zeewater daar een temperatuur hebben gehad van enkele graden onder nul. Want bij deze temperatuur gaat ook zeewater bevriezen. Het wil bij zeewater temperaturen van onder het vriespunt wel eens voorkomen, als in het binnenland aan het einde van een zeer strenge winter de dooi is ingetreden, bij een wind draaiing naar noord of noord west het in de kust gebieden vanuit zee spontaan gaat vriezen. In het ergste geval kan het maanden duren voor het zeewater weer een normale temperatuur heeft aangenomen. Verwoestende nachtvorsten kunnen hiervan in het voorjaar het gevolg zijn. In het voorjaar van 1872 moeten zich in Nederland wel zeer bijzondere weersverschijnselen hebben voorgedaan.  Het beste kunt u even meelezen wat onze voorouders toen hebben gezien of aan den lijve hebben ondervonden. Bijzonder interessant is het bovendien hoe onze veel besproken Nederlandse schrijftaal sindsdien is veranderd. Ook heb ik een kaartje bij gevoegd van Twente uit het jaarboek van het KNMI uit 1872 en omliggende gebieden dat hoogst is waarschijnlijk is getekend door Buys Ballot zelf. Deze kaart geeft een prachtig overzicht wat er zich die zaterdag middag 22 mei 1872 in het oosten van het land moet hebben af gespeeld. November en vooral december moeten volgens het boek van Jan Buisman hier bijzonder koud zijn geweest. Boven een dikke laag sneeuw van wel 20 cm moet het in enkele nachten 20 tot 25 graden hebben gevroren. Op een van de regenkaartjes heeft men in december 1871 de gevallen sneeuw gemeten. Deze bedroeg 18 mm. Er moet dus hier een sneeuwdek hebben gelegen van bijna 20 cm. Want 1 cm sneeuw is nog altijd 1 mm neerslag. Enkele stukjes die u hieronder kunt lezen zijn afkomstig uit de Enschedesche Courant. Het kan bijna niet anders als er een nieuwe aflevering op de markt komt van Jan Buisman Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen hierover iets kunt lezen. Maar wat er zich toen in onze omgeving heeft afgespeeld mag natuurlijk op de site van weerstation Losser niet ontbreken. Op het regenkaartje uit 1872 is te zien dat er in Enschede tijdens deze bui 10 mm neerslag naar beneden is gekomen.

Enschede 22 mei 1872

De hagelslag van j.l. Zaturdag. waarvan reeds in ons vorig nummer met korte woorden melding maakten, heeft zich veel verder uitgestrekt en grooter verwoestingen aangerigt, dan men aanvankelijk dacht. Gelijk wij toen reeds berigtten is te Usselo, Driene , het zuidelijk gedeelte van Boekelo, een gedeelte Van Broekheurne alles vernield; buurschap Lonneker en Twekkelo hebben minder, Eschmarke betrekkelijk weinig geleden. Men vindt in de eerst genoemde buurschappen landbouwers, die van 30 tot 70 schepel land met rogge bezaaid hadden, en daarvan geen enkel brood zullen kunnen bakken; alles moet omgeploegd en met bockweit en haver bezaaid worden. Verder hebben nog zwaar geleden de buurschappen tusschen Hengelo en Oldenzaal en de omgeving van de laatste plaats; ook in een gedeelte van Weerselo en te Losser zijn de vruchten totaal vernield. Aan de westzijde te Haaksbergen en aan de Geldersche grenzen is het almede treurig gesteld, terwijl verder te Gronau (Pruissen) en om streken de schade mede zeer aanzienlijk is. In deze laatste plaats werd de groote tent voor Schiitzenfeesten en dergelijk feestelijke gelegenheden dienende , omgeworpen, wl1daarbij eenige personen ernstige wonden bekwamen. Op eene andere plaats werden drie schoppen (schuren) omgeworpen en een eind weg voortgeslingerd. Vogels en hazen zijn den volgenden morgen op onderscheidene plaatsen dood op het veld gevonden. Bij raming slechts de schade op te geven, is onmogelijk; zooveel is zeker, dat die duizenden bedraagt, en 't is te hopen, dat ook hier de Nederlandsche liefdadigheid de reddende hand biedt  anders moet menige zoogenaamde kotter en kleine boer te gronde gaan, die nu reeds' gedeeltelijk teerde op den oogst.

Borculo 19 Mei.

Alle hoop op een goeden oogst werd heden in een oogenblik verijdeld. Boven deze gemeente en omstreken ontlaste zich heden een zwaar onweder vergezeld met hagel welke alle op het land staande vruchten, inzonderheid de rogge en oliezaad totaal vernielde. De hagelkorrels waren in eenige streken zoo groot als eendeneijeren. Vooral te Haarlo komt van alle op het veld staande rogge niets teregt. Daar heeft de hagel bij na alle glasruiten en zelfs de:dakpannen stuk geslagen. Er heerscht groote verslagenheid onder de boeren, daar er verscheidene zijn die meer dan 2000 gulden schade hebben.

 Lochem 20 Mei.

Eergisteren woedde hier een zwaar onweder en sloeg de bliksem in het huis van K. S. en wel zoodanig dat in weinig tijd het huis in lichtelaaije vlam stond; door spoedig aangebragte hulp bepaalde zich de brand tot het eene perceel en heeft men den inboedel bijna geheel kunnen redden. ook in de toren sloeg het terzelfder tijd in veroorzaakte echter geen brand, alleen de haan en een zware balk zijn daardoor beschadigd, en laatst genoemde van zijne plaats gerukt.

  Weerselo 21 Mei.

Als eene bijzonderheid kunnen we mededeelen dat men in deze gemeente, onderscheidene hazen tengevolge der op j.l. Zaturdag getallen hagel dood op het veld heeft gevonden, van de omliggende buurschappen hebben de roggevelden te Hasselt en Deurningen het meest daardoor geleden. zelfs zoo, dat menige landbouwer genoodzaakt is derhalve voor de voet af te maaijen, en op nieuw met boekweit of haver te bezaaijen.

 

             Hier klikken voor de overzicht kaart van 1872 van Twente. (260 kb)

” De  klachten  der  land bouwers  beginnen  in  deze  maand ,  want  behalve  den  hagelslag  straks  te  vermelden ,  deed  ook  de  koude  van  den  11. tot  13.  en  voorts  die  van  den  18.  en  19.  groote  schade aan  bomen  en  vruchten .  In  geruime  tijd  waren  die  dagen  niet  zo  koud  geweest ,  zoodat  de  voorstanders  der  mening ,  volgens  welke  op  die  dagen  in  onze  streken  eene  meer  dan  gewone  verkoeling  werd  waargenomen ,  zeker  bij  velen  begon  te  wankelen.  Een  temperatuur  acht  graden  te  laag ,  zooals  den  12.  en  19.  te  Maastricht ,  is  zeker  niet  zoo  gewoon , al  komt  zij  dikwerf  in  den  loop  des  jaars  voor ,  maar  in  dezen  tijd  als  de  ontwikkeling  der  planten  zoozeer  den  invloed  er  van  ondervindt ,  valt  zij  meer  in  het  oog , vooral  als  de  maand  met  temperaturen  aanvangt ,  op  dezelfde  plaats  7.2.  te  hoog.  Van  den  12.  Mei  wordt  uit  Borne  gemeld  door  den  Heer  te  Veldhuis : Gisteren  avond  te  9  uren  was  reeds  het  wasgoed  bevroren ,  heden  morgen  te  vijf  uren  was  ik  juist buiten  het  dorp ,  waarvan  de  daken  der  huizen  als  met  een  wit  kleed  overdekt  waren .  Het  had  zóó sterk  gevroren ,  dat ,  nam  ik  een  kluit  aarde ,  die  ik  niet  kon  breken;  stak  ik  de  hand  in  het  grasik  had  ze  met  ijs  gevuld ;  bevoelde  ik  een  blad  van  het  aardappelloof ,  het  brak  als  glas .  Deze  vorst  heeft  veel  schade  aangericht.  Behalve  dat  al  het  loof  der  aardappelen  was  afgevroren ,  vertoonden  ook moesvruchten , boombladeren , enz.  de gevolgen.  Het  schijnt ,  dat  sommige  stukken  rogge  en  vruchtbomen ook  geleden  hebben.  Dergelijk  bericht  kwam  in  van  Varseveld .  Alle  jonge  appeltjes  zijn  door  de nachtvorst  van  12  Mei  bevroren.  Eik , esch , kastanje , walnoot  hebben  zwaar  geleden ;  ook  de  rogge , aardappelen  en  andere  gewassen  zijn  er  niet  van  verschoond  geweest .  Ook mei  gaf  even  als  April  minder  dan  de  gemiddelde  hoeveelheid  regen .  In Gelderland  viel  dan  nog  het  meest ,  en  wel  voornamelijk  ten  gevolge  van  de regens  van  den  13.  en  18.  In  den  Haarlemmermeer  polder  viel  den  18. en  13.  veel  regen ,  zonder  dat  daarvoor  de  geheele  hoeveelheid  der  maand  zoo  sterk  werd  vermeerderd ,  maar  den  18.  viel  er  weinig.  Toen  ontliet  zich  alleen  in  Groningen ,  Drente ,  Overijsel  een  zware bui. 

 

De  Heer  ten  Veldhuis  meldt  van  Borne  het  volgende: 

18  Mei 1872

Vreselijke  hagelslag .  Daar die  hoofdzakelijk  Twente  heeft  getroffen ,  heb  ik  ter  verduidelijking  daarvan  een  kaartje  getekend . De  tabel  wijst  alle  windrichtingen ,  die  als  op  hetzelfde  oogenblik  plaats  hadden , aan .  Hoe  zwaarder  de  rode  schaduw  is , des  te  meer    is  de  hagel  verwoestend  geweest.  Voornamelijk  is  dit  voor Enschede  en Oldenzaal  het  geval .

a.  De  te velde  staande vruchten  zijn  grootendeels  vernield .  De  halmen  der  rogge  zijn  meest  op  drie  plaatsen  geknikt , zoodat  ze  afgemaaid  is.  Het    afgeslagen  loof  der  aardappelen  werdt  door  den  stortregen  medegevoerd , zoodat  men  niet  meer  zien  kon  waar  het  gestaan  had.  Tuinvruchten ,  als erwten ,  salade , spinazie  enz.  alles  vernield. 

b.  Tienduizenden  glasruiten  verbrijzeld .  In sommige huizen wel 50.  Bij  anderen  geen  enkelen  heel.  In  fabrieken  zijn  kettingen  op  de   weefgetouwen  vernield, en  namen  werklieden  voor  de  overal  rondvliegende glasscherven  de  vlucht  naar  buiten .Door  het  gebrek aan  glas  en  de  invallende  Pinksterdagen  waren  de  ramen ,  wegens  de  gebroken  glazen , op  die  dagen  met  papier  beplakt.  Het  glazendak  van  de  fabriek  van  de  Heer  Gelderman  te  Oldenzaal , alsmede  en tweetal  spiegelruiten  in  zijne  woning  waren  totaal  vernield. 

c.  Vogels ,  zelfs  hazen  werden  gedood .

d.  De  hagel  sloeg  door  de  kap  van  een  rijtuig. 

e.  Eene  bijna  nachtelijke  duisternis  op  het  midden  van den  dag  vermeerderde  de  angst  en  ontsteltenis. Er  is  mij  verhaald  dat  er  enige  menschen  in  Twenthe zich  als  ter  dood  hadden  voorbereid  aangezien  nu  toch  de  wereld  verging !

f.  Hagelstenen  hadden algemeen  de  groote  van  een  duivenei ,  ofschoon  er  zich  velen  onder  bevonden , die  zo groot  waren als  een  kippenei .

g. De  bui  ging  in  de  richting  van  het  ZW.  naar  het  NO.  In  Gelderland  verwoestte zij  reeds  vóór  Zelhem ,  Lochem , Borculo , enz.    In  Twenthe  waren  het  in  de  eerste  plaats  de  steden Enschedé  en  Oldenzaal  en  de  dorpen  Haaksbergen , Losser  en  Lonneker .  Hengelo  en  de  laatsgenoemde plaats  betrekkelijk  minder.  Van  de  Buurtschappen  moeten  vooral  genoemd  worden:  Buurse , Broekheurne ,  Usselo ,  Boekelo ,  Hengelvelde ,  Weine ,  Eule ,  Twekkelo , Eschmarke , (weinig )  Driene ,Deurningen ,  Lutte ,  enz.  Gelijk  op  het  kaartje blijkt ,  zijn  Diepenheim ,  Goor , Delden ,  niet  vrij  gebleven doch  is  in  deze  plaatsen  niet  veel  geleden ,  evenmin  als  Borne ,  dat  ook  geen  schade  noemt. Door  de  goedheid  van  Dr.  Staring  en  de  Heeren  Burgemeesters  in  Overijsel  en  Gelderland  ben  ik  nog  in  staat  gesteld  op  het  kaartje  de  tijden  aan  te  teekenen ,  die  voor  het  vallen  van  den  hagel  aangegeven zijn.  Over  het  algemeen  schijnt  de bui  iets  vroeger  in  het  ZW.  dan  in  het  NO. te  zijn  gevallen.  De  opgaaf  van  Haaksbergen  en  vooral  van  Losser  geeft  het  ongeval  een  half  uur  later  aan  dan  men  verwacht  zou  hebben.  De  kom  van  het  dorp  Borculo  is  verschoond  geworden. De  schade  werd  aangericht  ten  noorden en  zuiden.  De  noordelijke  arm  schijnt  sterker  te zijn  geweest ,  ook  volgens  mededelingen  van  de Heer  Burgemeesters  van  Eibergen  en  Lonneker ,  die  ik  nog  in  het  geheel  laat  volgen.  Van  de  ons  verschillende toegezonden  detailkaartjes  is  zoveel  mogelijk  gebruik  gemaakt .

Uit  Eibergen: 

Volgens  informatie  ( want  ik  was  buiten  de  gemeente)  is  de hagel  op  18  Mei  jl.  gevallen des  namiddags  tusschen  2  en  half  3  uren ,  om  2.20  zouden  de  meeste  grootste  stukken  gevallen  zijn   het  heeft  ¼  uur  aangehouden.  Van  de  doorgaande  roode  lijn  af  tot  an  den  roode  lijn  af  tot aan  de  dubbelde   potloodlijn  is  wel  hagel  gevallen ,  echter  minder  en  minder doch  van  de  genoemde  roode  lijn  meer  noordwaarts ,  heeft  hij  werkelijk  verwoesting  en  schade  veroorzaakt ,  zoodat  zelfs  vele  gronden ,  waar  het  roggegewas  totaal  verloren  was  wederom  zijn  omgebouwd  en  met  boekweit  of  haver  ingezaaid . Bij  opgave  en  opneming  der  belangrijkste benadelingen  blijken  deze  te moeten  worden  geraamd  op  gehele ,  ¾ — ½  en  ¼  schade . 

Uit  Lonneker : 

De  hagelslag  is  hier  algemeen 3  uren  15  minuten  gevallen , doch ,  daar  de  gemeente  zeer  uitgestrekt  is ,  zal  er  nog  wel  eenig  verschil van tijd  hebben  plaats  gehad ,  nauwkeuriger  kan ik  echter  niet  opgeven.  Van  de  westzijde  komende  opzetten  splitste  hij  zich aan  onze  westelijke  grens  in  twee gedeelten ,  waarvan  het  ene  een noordelijke en  het  andere  een  zuid-oostelijke  richting  nam .  Op  het  bijgevoegde  kaartje van  Lonneker ,  heb  ik  de  meest  verhagelde  streken  door  een  blauwe  lijn  omgeven ;  overal  is  wel  wat  hagel  gevallen ,  doch  daar  binnen  het ergst .   Zuid – westelijk  van  Enschedé  is  de  marke  Usselo  gelegen ;  de  gevallen  hagel  aldaar  betrekkelijk  fijn ,  ter  grote  van  een  knikker ,  doch  met  een  hevigen  wind   ,  duurde  circa  22½  minuut ;  om  het  noorden  is  de  Usselosche  esch  gelegen , geen  halm  op  de  vlakte  van   200  bunders  is  blijven  staan ,  alles  omver  en  op  2  á  4   plaatsen   gekneusd .  Zuidelijk  is  de  Broekheurne  gelegen , kleine  Esch  met  vele  kampen  met  hout  omzet ;  opmerkelijk  dat  die  hoek  van  iederen  hagelslag  haar aandeel  krijgt ,  nu  driemaal in  ruim  20  jaar  tijds.  Oostelijk  van  Enschedé  is  Eschmarke;  nabij  de stad en  het  hoogste  punt  werd  de  hagel  op  een  smalle  streep waargenomen ;  zoover  iemand  heugt  is  die bijzonder  uitgestrekte  Esch , ( één  uur  breed , ½  uur  gaans  lang )  nimmer  door  hagelslag  getroffen. Ofschoon  er  grote  steenen ,  als  een  duiven-  en  hoenderei zijn  gevallen ,  is  er  weinig  schade  aangericht ; er  was  weinig  wind  en  kort  van  duur ,  10  minuten  hoogstens ,  oostelijker  langs  den  grens  met  vlakken grond ,  breidde  de wolk  zich  wat  uit.  Noord- westelijk  is  Driem  gelegen  en  noordelijk  Lonneker ;hiervan  waren  de  hagelstenen  stukken  op  drie  duimen  diep  in  de weilanden en  in  de  harde  wegen  doorgedrongen , zoodat  men  nog  dagen  later  de  kuilen  daardoor  veroorzaakt  kon  waarnemen.  Op  eene weide  omstreeks  nummer  1  zakte  eene  wolk  nabij  de  aarde en  ontlaste  met  een  schrikwekkend  geklater haar  ijsstukken.  Op  het  nabij  staand  boerenhuisje  werden  meer  dan  honderd  dakpannen verbrijzeld en  eenden , hoenders , kraaien  enz.  gedood.  Volgens  de  couranten ,  heeft  het  sterk  gehageld :  Te Zevenaar langs  Didam  op  Zelhem ,  Lochem ,  Borculo ,  enz.  Een  zeer  smalle  strook  met  scherpe  grenzen.  Te  Zelhem  was  het  zwaar .  Een  ooggetuige  heeft  verzekerd , dat  er  den  20.  nog  hagel  lag.  Op  sommige  plaatsen  was  hij  een  voet  hoog  gevallen.  Reeds  heb  ik  om  berichten  gevraagd ,  doch  nog  niet  ontvangen.  Borne  werd  den  14.  ook  door  een  zwaar  onweer  geteisterd .  Te    uren  sloeg  de  bliksem  in  de  kerk ,  waar  juist Cathechisatie  werd  gehouden .  Twee  meisjes  werden  getroffen .  het  eerste , wier  muts  in  brand  werd  gezet  maar  gebluscht ,  was  toch  met  brandwonden  overladen ;  het  andere  wier  naam  genoemd  wordt ,  werd  bewusteloos  naar  huis  gedragen  en  is  er  na  langdurige  ondragelijke hoofdpijnen  ongedeerd  afgekomen.  Doch  wat  de  vermelding  over  waardig  is :  de  bliksem  had  een prachtigen  boom  op  haar  voorbeen  gephotographeerd.  In  de  kerk  werden  slechts  weinige  teekenen ontdekt :  er  was  een  scheur  in  een  der  muren ,elders  in  het  gebouw  een  stuk  kalk  afgeslagen ,  de toren klok  van  slag ;  de  kleur  van  de cijfers  der  uurwijzerplaat  in  een  lichtgrauwe  kleur  veranderd 

BronJaarboeken KNMI :1871 en  1872

Betekenis: één uur gaans.  De afstand die men lopende in een  uur kon afleggen. Deze uitdrukking heeft dezelfde betekenis als een  uurtje rijden in  onze tijd.

 Johan  Effing.

 In het jaarboek van 1872 kwam ik ook nog het volgende verhaal tegen.

” Iets bijzonders  had  een  sneeuwbui ,  die van de zeeuwse  stroomen  den  26.  te  21½  uur  , van  Oostkapelle  te  22  uren ,  van  Kapelle  en  Bath  te  23  uren  gemeld  wordt .  Te  Bath  duurde  dat  ongeveer  15  minuten.   Ofschoon  bijna  op  den  middag  heeft  men  in  verchillende  huizen  te  Middelburg , Domburg ,  en  Vlissingen  het  lamplicht  ontstoken.  Er  viel  een  zwarte  of  geelachtige  stof ,  welke  men  te  Groede  heeft  verzameld  en  tot  chemisch  onderzoek  naar  Middelburg  heeft  opgezonden. Op  het  bleeklinnen  gaf  de stof  vlekken  als  roestvlekken .  Mij  is  niet  bericht ,  welke  die  stof  was.mijne  vraag daar naar  in  de  Middelburgse  Courant ,  bleef  niettegenstaande  de pogingen  van  de  Heeren  De  Ligny , Lucien  en  Hammacher  onbeantwoord .  Men  had  het  wel  gewassen ,  maar  niet  verzameld  het  ware belangrijk  geweest  te  weten ,  of  die  stof  soms  ook  asch  van  den  Vesuvius  is  geweest  of  passaat  stof , zoo  als  er  in  Palermo  door  den  Heer  Silventri  verzameld  is ,  en  in  Modena  en  omgeving  door  onderscheidende  geleerden  ,  gedurende  de dagen  10 ,  11  en 12  Maart  1872 .  Deze  stof  is  onderzocht , en  de  daarin  gevonden  voorwerpen  afgebeeld  in  het  stukje  van  Profr. Cad. Domenico  Ragona”.