Interview met een freelance journalist.

Tekst: Tim Nijhof de Roskam                                                                            

Bewerking: Johan Effing

Als jullie dit lezen zijn we al weer volop bezig met het jaar 2008  Natuurlijk voor de lezers allemaal nog de beste wensen vanuit Losser. Het is al ruim bijna drie maanden geleden dat ik een uren lang interview heb gehad met een freelance journalist van het opinie weekblad de Roskam. Een onafhankelijk weekblad voor Twente. Deze freelance journalist had schijnbaar alle tijd voor een interview. Hij kwam met het openbaar vervoer naar Losser. Nadat ik hem bij een bushalte had opgepikt, hebben we thuis urenlang over mijn hobby achter de laptop zitten praten. In het verleden heb ik wel eens vaker met een journalisten zitten praten. Maar van achter de laptop was het toch weer een andere belevenis. Je kunt dan alles veel duidelijker maken en je kunt dan iets laten zien. Na het interview heb ik de journalist naar het station in Enschede gebracht waar hij de trein nam naar huis. Maar hiermee is de intro nog niet af. Want hij had mij beloofd om een exemplaar van het blad met het interview op te sturen. Wat hier niet op de deurmat viel dat was het blad met het interview. Via anderen had ik weken later al gehoord dat het interview al in de Roskam had gestaan. Toen heb ik maar enkele mailtjes naar de redactie gestuurd. Maar hierop kwam geen enkele reactie.Toevallig had ik het mailadres van de journalist nog in de computer staan. Toen heb ik hem maar gevraagd waar het blad bleef en de foto’s die waren genomen. Zijn antwoord was, dat de redacteur het niet zo nauw nam met het beantwoorden van de mailtjes. Dat je van veel mensen geen antwoordt krijgt als je per mail ergens om vraagt dat wist ik allang. Maar je leert de mensen dan wel beter kennen. Dat er nog veel mensen zijn in 2007 die nog geen mailtje kunnen versturen daar ben ik ook inmiddels ook al lang achter gekomen. Uiteindelijk heeft de journalist er voor gezorgd dat ik het blad en foto’s nog werden opgestuurd. Bij contacten met de pers beleef je soms vreemde dingen. Zo moest ik voor een foto die van mij voor een krant werd genomen toen ik een lintje van de Koningin heb gekregen 7.50 Euro neertellen. Dit heb ik geweigerd. Gelukkig kende iemand van de redactie het wachtwoord van de fotograaf zijn database, zodat ik de foto, zonder dat ik er voor moest betalen toch nog in mijn bezit kreeg. Hieronder volgt dan het interview dat ik had met de journalist dat bijzonder leuk is geschreven. Hij gebruikte er maar liefst drie koppen voor.

Effing gaat fluitend elke storm tegemoet.

Losserse weerman wil leven met extremen.

Johan Effing: 'Het leuke is dat bij het vrouwengilde hele andere vragen worden gesteld dan op de UT.'

"Dat is het jongenachtige in hem", zegt echtgenote Elfriede, die haar man letterlijk door weer en wind vergezelt. Ook zij heeft die tic. "Het komt voor dat ik langdurig buiten in het zonnetje zit. Als ik dan plotseling druppels voel, verroer ik me niet en laat me nat regenen. Heerlijk." Saillant detail: het paar is nooit verkou­den. Maar wacht, er is meer. Effing en zijn vrouw geven de seizoenen namen. "Zo kennen wij de tafeltjeswinter. Toen we pas getrouwd waren zochten we een naai­tafeltje voor ons huis. We vonden er een en ik vervoerde hem achterop de fiets. Tijdens die tocht ging de regen over in sneeuw. Sindsdien spreken we van de tafeltjeswinter. Het gebeurde in december 1961 ", aldus Effing. Dergelijke feitjes rollen onophoudelijk uit zijn mond. Extremen spreken hem het meeste aan. De stormen, hagel en sneeuw, jazeker. "Het zijn de uitzonderingen, de bijzonderheden. Weeramateurs zijn er gek op. Het is hetzelfde als de omhaal van Van Basten, die zie je niet iedere dag. Je weet nu eenmaal nooit wat er komt. Zo is het leven. Alles hangt aan elkaar van toevallig­heden." Oktober loopt op het einde, de dagen worden korter, de klok gaat weer over op de wintertijd, november wacht, de mooiste maand van Effing is niet ver meer, want december is zijn favoriete. "Want dan ont­dek je hoe de komende winter er uit gaat zien."

Klik met Pelleboer

Sinds 1954 doet de 72-jarige Lossernaar waarnemingen. Op advies van de legenda­rische Jan Pelleboer, die in 1992 overleed. Pelleboer en hij hadden een klik. "Jan was iemand die echt verstand had van zijn vak en hij was een rebel. Dat was wat me in hem aansprak." Effing"s interesse in het weer sluimerde reeds vroeg onder de oppervlakte. "Als zevenjarige luisterde ik al gespannen op de radio van de buren naar het weerpraat­je. Vanaf 1954 werd de hobby zoals gezegd serieuzer en stroomden de gegevens binnen. Deze werden verzameld en met engelen geduld geordend en geduid. Er is inmiddels een gigantische database met cijfers, grafieken en foto's van het weer zoals dat zich in deze en in de vorige eeuw manifesteerde. Effing heeft twee weerstations en een windmeter die waar­den als neerslag, windrichting en tempera­tuur meten. De kennis die hij verzamelt zet hij op zijn website, www.weerstationlos-ser.nl en de informatie is voor iedereen toegankelijk. De site trekt achthonderd tot duizend bezoekers per dag. "Mensen vragen wel eens waarom ik geen slot op de website zet, zodat bezoekers voor de informatie moeten betalen. Vind ik onzin." Daar bovenop heeft hij krantenknipsels en boe­ken over het onderwerp verzameld. De Lossernaar, die in 2004 een lintje kreeg voor zijn ijver, kan met recht een specialist worden genoemd.

Jaren regioleider

Effing, die zeventien jaar regioleider was van de Overijsselse tak van de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie (VWK), weigert zichzelf een deskundige te noe­men. "Dan praat je over de mensen van het KNMI. Die hebben ervoor gestudeerd." Hij wijst naar boven. "Ik kan je bijvoor­beeld niet vertellen wat voor een wolk dat is. Mijn dochter zegt dat ik autodidact ben." Hij weet daarentegen dingen die de mete­orologen niet weten. "Dat klopt. Ik leg een link met de historie. Gebeurtenissen uit het verleden moet ik achterhalen. Dat moet gewoon. Als je de historie niet kent, kun je ook niet vooruit kijken." Wat zijn eigen werkzame verleden betreft: Effing zat bij de marine, was stukadoor en omdat dat werk op den duur te zwaar werd eindigde hij als schilder. "Bij alles wat ik deed, speelde mee of ik het weer 'erbij kon doen'."

't Gaat niet verloren

Zijn vrouw en hij kregen drie kinderen. Een erfgenaam is nog niet opgestaan. Tenminste, niet een die het weer beleeft zoals pa het doet. Van totale desinteresse is evenwel ook geen sprake. "Alleen mijn oudste zoon Peter heeft niets met het weer. Mijn kleinkinderen hebben er ook geen binding mee, maar misschien komt dat nog. Eric, mijn jongste zoon, doet het weerpraatje op de radio in de gemeente Hof van Twente. Volgens mij vinden de mensen dat hij het goed doet. Mijn doch­ter Mariette heeft er ook wel iets van mee­gekregen. Als er in het weer iets bijzonders aan de hand is, dan belt ze." Hij vraagt zich of wat er met zijn archief gebeurt als hij overlijdt. "Ik maak me er niet druk om, maar ik denk er wel eens over na. Als ik er niet meer ben, is het gedaan. Er wordt geen vervolg aan gegeven. Zo gaat dat. Er zit een geweldige hoop werk in. Wat gebeurt daarmee? Ik weet het niet, heb er nog geen oplossing voor gevonden. Maar het gaat niet verlo­ren hoor, dat weet ik zeker."

Vrouwengilde en UT

Ondertussen gaat Effing door. Met de metingen en de website, weer of geen weer. Hij geeft daarnaast lezingen, compleet met PowerPoint presentatie. "Dinsdag hield ik een praatje voor het vrouwen­gilde van Losser. Dat was een thuiswed­strijd", lacht hij. Ook op de Universiteit Twente weidde hij al eens uit over het weer, voor een publiek waarin onder meer professoren zitting hadden. "Dat ging prima. Het leuke is dat bij het vrouwengilde hele andere vragen worden gesteld dan op de UT."

Hij evolueert door met zijn passie. De komst van de computer beschouwt hij als een zegen. "Samen met het autonavigatiesysteem vind ik dat de beste uitvinding die is gedaan. Door de computer kan ik al mijn gegevens makkelijk opslaan en uitwerken. Zonder de computer ben ik niets." De nieuwe techniek biedt hem de mogelijkheid om te blijven experimenteren. Ik heb genoeg ideeën. Zo wil ik de website uitbouwen, maar daarvoor ben ik afhankelijk van geld. Het budget is bijna op. Een goede sponsor heb ik nodig. Ik ben alleen niet van plan om de site vol te stouwen met reclame. Google hoeft er van mij niet op."  Verder speelt hij met de gedachte om nog eens een boek te schrijven. "Directeur Dick Schluter van Natura Docet zei een tijd geleden dat hij een boek wil schrijven over de historie van Twente. Daarin zouden mijn weergegevens worden opgenomen. Maar ik hoor hem er nooit meer over. Ik heb het gevoel dat hij veel te druk is."

IJsmeester in Losser

Effing schreef zelf al eens de tekst voor een gezongen weerbericht met de titel Het Grote Werk, hetgeen naar een storm verwijst. In het stuk wordt het volgende vraagstuk behandeld: komt er ooit nog een Elfstedentocht? Een prangende kwestie en tegelijkertijd zeer Hollands. Effing, die lang ijsmeester was in Losser, kan zich de barre tocht van 1963 met triomfator Reinier Paping nog herinneren. Ook de laatste uitputtingsslag in 1996 met winnaar en spruitjeskweker Henk Angenent staat hem nog helder voor de geest. "Daar waren mijn vrouw en ik bij. We zaten in Bartlehiem en zagen een rode Unox mutsenzee onze kant opkomen. Het was een prachtig gezicht." Hij denkt dat het wel goed komt, met die Elfsteden­tocht. Wellicht heeft die hardnekkige overtuiging te maken met de sentimenten die aan de wedstrijd kleven, maar Effing heeft tevens een weerargument paraat. "We hebben eerder meer dan tien winters geen schaatsijs gehad en steeds kwam er weer een tocht. Je kunt nooit iets uitsluiten. Het weer heeft geen geheugen."  

Winters kosten kapitalen

Toch weer die hang naar extremen, toevalligheden. Een ding weet hij wel: als zich na al die zachte winters van de laatste jaren uit het niets een straffe winter aandient, dan heeft dat grote gevolgen. "De zachte winters brengen ons welvaart. Dan zijn de stookkosten bijvoorbeeld laag. Jan Pelleboer zei het jaren geleden al: een strenge winter kost ons kapitalen." Hoe moeten we ons voorbereiden op zo'n ramp? "Door geld opzij te zetten. Het is net als met het weekend. Voor die dagen haal je altijd iets extra's in huis. Je hebt een buffer nodig", analyseert Effing. Voorlopig zijn zulke scenario's een vet van ons bed show. "Het wordt jaarlijks warmer en natter. Oktober is ook te warm trouwens. Er verandert onmiskenbaar iets in het klimaat. Dat heeft te maken met de invloed van wat ik de menselijke vulkaan noem. Maar Nederland wordt niet zomaar ineens een tropisch paradijs hoor."