Van lei griffel en computer tot Internetsite.

Door: Johan Effing

In overleg met onze eindredacteur hebben we deze keer gekozen voor een artikel dat al enkele jaren op mijn website staat en nodig weer eens aangevuld moest worden. Dit artikel heb ik nog geschreven voor de blikseminslag op mijn weerstation van mei 2001 Sindsdien is er al weer van alles gebeurd. Een strenge winter laat eind 2009 nog steeds op zich wachten. Wel hebben we een paar bijzonder warme zomers 2003 en 2006 achter de rug en er zijn er weer allerlei weer records gesneuveld. Het jaar 2004 was voor ons toch wel een heel druk en hectisch jaar. Hier wil ik toch enkele gebeurtenissen van noemen. Die je maar een keer in je leven meemaakt. Het ere lidmaatschap van het VWK. De erelidmaatschappen van de klootschieters club Vooruit Losser en van de Cosmos Sterrenwacht in Lattrop. De grootste gebeurtenis van 2004 was wel dat ik heel onverwacht een lintje van Hare Majesteit de Koningin heb ontvangen. Het was onvergetelijke gebeurtenis, vooral omdat veel bekenden uit het wereldje van het weer op 24 oktober 2004 van het naar Losser waren gekomen om deze gebeurtenis bij te wonen en met mij te vieren.

De oorlog

Het is alweer bijna 61 jaar geleden dat ik de lagere school verliet om samen met mijn vader de toekomst te zoeken in de textielindustrie. Op de lagere school, nu basis school, heb ik in 1942 nog leren schrijven met een lei en griffel. Tussen die wereld van toen en nu zit meer dan een wereld van verschil. Vooral in het laatste jaar van de tweede wereldoorlog toen ik negen jaar was, was het voor ons kinderen, dit in tegenstelling tot de kinderen in het westen van het land waar men honger leed, een onvergetelijke tijd. Want in deze periode hoefden wij niet naar school. Het eten was niet best, maar honger hebben wij gelukkig nooit gekend. Het was in deze gedenkwaardige tijd dat mijn belangstelling voor het weer en alles wat met aardrijkskunde te maken had ontwaakte. Dit had ik vooral te danken aan mijn neef die bij ons onderdook en werd gezocht door de Duitsers. Hij merkte dat ik een grote belangstelling had voor aardrijkskunde. Deze neef bracht mij alle soorten landkaarten en atlassen mee die hij maar kon vinden. Ik wist dan ook precies welke steden in Duitsland werden aangevallen door de geallieerde bommenwerpers. Op heldere dagen was het zwerk vooral tijdens zware luchtaanvallen bedekt door eindeloze condenssporen die soms de zon verduisterden. Deze condenssporen waren altijd west oost gericht of omgekeerd. Met gemengde gevoelens keken we ook naar de condenssporen van de V 2 als die werd gelanceerd bij helder weer, niet wetend wat voor verschrikkelijk wapen dit was. Een bizar schouwspel aan de hemel was als een geallieerd toestel werd ingevangen door Duitse zoeklichten, het vliegtuig was dan meestal reddeloos verloren en als het dan was neergeschoten leek het of de zoeklichten tegen de hoge bewolking een overwinningsroes vierden en als spoken langs de wolken dansten. Tijdens de zware luchtaanvallen was de hemel in oostelijke richting vaak in een rode gloed gehuld en trilden de ramen in de sponningen deuren en kozijnen, als de vliegtuigen hun vernietigende last lieten vallen. De lei en griffel werd tijdens de oorlog al vervangen door een koperen kroonpen met inkt. In de maanden na de bevrijding waren de scholen gesloten, pas in de herfst van 1945 verlieten de militairen de scholen en konden we weer naar school. De wederopbouw begon langzaam op gang te komen en er scheen een nieuwe tijd aan te breken.

Hoog water

In de nawinter van 1946 viel er geweldig veel regen. [Beekbergen 247 mm in februari.] Ook Twente kreeg veel neerslag in deze winter en een kleine natuurramp voltrok zich. In Oldenzaal werd op 8 en 9 februari rond de honderd mm afgetapt. Drie houten Dinkelbruggen werden door de het wildstromende riviertje meegesleurd. Een deel van Almelo stond toen onderwater en karpers zwommen er door de straten. Werknemers uit Overdinkel konden daardoor hun werkplek in Enschedese fabrieken niet meer bereiken. Een geweldige tegenslag. Het waterpeil in de Dinkel heeft sindsdien nooit meer zo hoog gestaan. Ook niet in de laatste week van augustus 2010 toen hier meer dan 100 mm naar beneden kwam. Zie ook een artikel over de overvloedige neerslag van februari 1946, een artikel van Harry Geurts uit zijn serie "Het weer door de eeuwen heen" in Weerspiegel van april 1981. Een zeer droevige herinnering is dat bij de weggeslagen brug tussen Losser en Overdinkel toen nog een 11 jarige jongen is verdronken tijdens het zwemmen.

1946 - 1947 

Negen maanden later op 12 december 1946 begon de voor het gevoel de koudste winter van de vorige eeuw met zijn ijzige oosten winden. De inkt bevroor in de inktpotten en door gebrek aan kolen werden de scholen gesloten en de mijnwerkers in Limburg gingen zelfs op zondag aan het werk. Als ontluikend weeramateur met alleen een weerpraatje om zeven uur op de radio, als je er tenminste een had, was dit een geweldige winter. We stonden tot diep in maart op de schaats en aan sneeuwstormen was geen gebrek. Uit de Volkskrant van begin maart kan ik mij een plaatje herinneren waarop een radio stond met een man die met een bijl die op de radio inhakte omdat het weerbericht nog steeds het einde van de winter niet aankondigde. Sneeuw en ijs waren nog maar nauwelijks gesmolten of de heetste zomer van deze eeuw diende zich aan. Veel kan ik mij van deze zomer niet meer herinneren, wel weet ik nog dat er een groot gebrek was aan veevoer en dat het vee sterk vermagerd in de weiden rondliep. Want door de droogte in combinatie met de felle zon groeide er geen sprietje gras meer. Door de droge winter en het zeer warme weer was het grondwater peil sterk gedaald waardoor vele waterputten droog stonden. Veel beuken hebben deze zomer niet overleefd. Waterleiding was er niet zodat het drinkwater in melkbussen uit de Losserse melkfabriek werd aangevoerd. We hadden in deze zomer een oude wasketel zonder bodem in de Elsbeek gegraven een riviertje dat langs ons huis liep waar we ook drinkwater uithaalden. Als weeramateur toch wel een fijn gevoel als je je deze gebeurtenissen nog goed kunt herinneren.

1947 - 1954

Na deze interessante periode was het een tijdlang rustig aan het weerfront. Tot dat we op zaterdagavond 31 jan 1953 met een stel vrienden naar huis fietsen, komend van de dansles in Oldenzaal, niet wetend dat er zich op dat moment in het zuidwesten van ons land een geweldige ramp aan het voltrekken was. Mijn moeder maakte zich de volgende dag erg ongerust over haar broer die in Gouda woonde. Gelukkig, is ons land toen voor een nog veel grotere ramp gespaard gebleven. Een jaar later in 1954 won Jeen van de Berg op prachtig zwart ijs en helder weer in een record tijd de Elfstedentocht. Terwijl vrienden van mij in de vorstverlet liepen verdiepte ik mij in de textielfabriek in de weeftechniek. Leerde werken met allerlei schitterende patronen kleuren en bloemen. Weefde sarongs voor de dames van het toenmalige Oost Indie niet wetend dat deze weeftechniek wel iets weg had van het werken met een computer en dat me dit in de herfst van mijn leven nog eens van pas zou komen.

Koninklijke Marine

In januari 1954 verwisselde ik de textielindustrie voor de Koninklijke Marine als dienstplichtig matroos in Hilversum. De nawinter van 1955 was erg koud en de Loodrechtse plassen waar we eigenlijk roeien moesten leren waren dichtgevroren. Op dit ijs maakte ik voor het eerst in mijn leven kennis met enkele echte Friese schaatsenrijders en het was net of we stil stonden. Maar als ik moest oefenen met het gooien van handgranaten stonden zelfs doorgewinterde mariniers met jaloerse blikken te kijken als ik de klootschiettechniek gebruikte. In de Van Braam Houckgeestkazerne te Doorn beleefde ik ook de bizarre februari maand van 1956. Het was net of we enkele weken in een diepvrieskist leefden. Aan sneeuw was er toen geen gebrek, want rond het midden van de maand viel er in een nacht 30 tot 35 cm sneeuw. Het dikste pak dat ik ooit in mijn leven heb gezien. De volgende nacht vroor het op verschillende plaatsen 25 graden. In april - mei toen we het wintertenue verwisselden voor het zomertenue liepen er nog manschappen rond met hun hoofd in het verband als gevolg van bevriezingsverschijnselen. Vooral de mariniers die toen terugkwamen uit het voormalige Ned.Nieuw Guinea hadden het zwaar te verduren want oren beschermen tegen de strenge kou was niet toegestaan, want ze waren toch niet voor niets marinier. De jaren tot de zeer strenge winter van 1962-1963 die op mijn Marine tijd volgden zal ik een weersituatie nooit vergeten. Op een zondag in januari of in februari begon het rond het middaguur vergezeld van een harde noordwester hard te sneeuwen waardoor later de temperatuur tot ver onder het vriespunt daalde en de bloemen op de ramen verschenen. Deze lucht moet toen toch wel ontzettend koud zijn geweest. De sneeuw bleef liggen, hier en daar meters hoog opgewaaid, waardoor de wereld veranderde in een poollandschap. Een dag later viel met dezelfde noordwester de dooi alweer in. Wie kan deze weersituatie eens beschrijven? Het moet in januari of februari 1959 zijn geweest.

Regenglas en Elfstedentocht

Vlak na mijn Marine tijd in 1957 las ik in een artikel in de Twentse Courant dat er in Twente regen waarnemers werden gezocht. Ik reageerde hierop en daar bleek Jan Pelleboer achter te zitten. Jan kreeg me zover dat ik in Groningen een glazen AEG regenmeter kocht voor tien gulden een heel bedrag voor die tijd. Over deze regenmeter is begin jaren tachtig in onze club heel wat te doen geweest. Hij zou niet nauwkeurig genoeg zijn. Wel nauwkeurig genoeg om er op het een na laatste droogste jaar van 20ste eeuw 1959 mee meten, 425 mm. Deze zeer droge zomer was overigens de laatste droge zomer tot nu toe waarop ook een droge en warme en zeer droge september volgde. Een groot voordeel van de AEG regenmeter was wel dat hij niet stuk vroor. Ook de zeer strenge winter 62-63 van overleefde hij en ik heb er tot begin jaren tachtig mee gemeten en er een mooie meetreeks aan overgehouden. Op 18 januari van deze legendarische winter, mijn verjaardag, een vrijdag, zal ik nooit meer vergeten. Bij de warmte van een ouderwetse Bocalhaard nog gestookt met nootjes vier, buiten een noordooster storm, hoge driftsneeuw, en een temperatuur ver onder nul, hebben we samen met familie en vrienden onder het genot van een kopje koffie, een borreltje, en niet te vergeten onze eerste zoon Peter, toen zeven maanden oud, naar het ploeteren van Reinier Paping in de sneeuw op de Dokkummer Ee, op onze nieuwe grootbeeld zwart wit televisie zitten kijken. Curieus was, dat ik begin 1997 op 4 januari van dat jaar in de buurt van de beroemde knik van Bartlehiem vergezeld van mijn twee zoons en schoondochter de Elfstedentocht van 1997 mocht zien. Ik heb die middag vaak teruggedacht aan de 18 januari van 1963 toen we zo gezellig samen bij de kolenhaard naar de Elfstedentocht hebben zitten kijken. Als ik aan deze momenten terug denk kan ik nog wel emotioneel worden.

Omscholing, natte zomer, vorstverlet

Rond deze tijd diende zich ook de grote crisis in de textielindustrie aan. Werk was er in overvloed. Gelokt door de hoge lonen in de bouw waagden velen de overstap van de textielindustrie naar de bouwplaats. Voor velen liep dit vroeg of laat op een mislukking uit omdat ze geen vakopleiding hadden gevolgd. Ik had het geluk om een vakopleiding als stukadoor te kunnen volgen. Na deze opleiding trof ik een stukadoor uit Drente waarmee ik ging samenwerken. Ik sprak met hem af dat ik hem elke week 25 gulden zou betalen en dat hij in ruil hiervoor mij het vak zou leren. Dit was in die tijd geen probleem want de stukadoors lonen (salarissen) behoorden tot de hoogste van de bouw. Eindelijk zat ik goed op mijn plaats en kon vooral in de winter volop genieten van ons gezin en van het winterweer als ik in de vorstverlet liep, een prachtige tijd. In november1965 liep ik al op 12 november in de vorstverlet en nooit zal ik die maandagmorgen vergeten toen het bijna 8 graden vroor bij een harde oostenwind waardoor alles was vastgevroren. De weerkundigen hadden dit niet verwacht. Ook voor mij was deze vroege winterinval een grote verrassing. Deze vorstperiode heeft ontzettend veel vorstschade veroorzaakt, want de ruwbouw is in dat jaar bijzonder nat de winter ingegaan. Complete woningen met stucwerk zijn toen van binnen stuk gevroren. Het jaar 1965 is als een van de natste jaren [ 1225 mm ] uit mijn meetreeks de geschiedenis ingegaan. De zomer van 1965 is met 375 mm nog altijd het natste seizoen wat ik ooit heb gemeten. Trouwens de meeste zomers in de jaren zestig waren bijzonder slecht en koud met uitzondering van de zomers aan het eind van het decennium toen ze weer wat beter werden. Een goede tijd voor de eerste reisbureaus de toen geopend werden. Ook de toegenomen welvaart zorgde er voor dat de mensen die het geld er voor over hadden de zon gingen opzoeken. Soortgelijke gebeurtenissen zou in onze tijd dagelijks groot voor pagina nieuws zijn geweest.

Orkaan.


Intussen kabbelde de tijd voort en de winters stelden niet veel voor. Plotseling op de vroege maandagmorgen van 13 november 1972 raasde er een bijzonder zware storm over het noordwesten van Europa zoals je die maar een keer in je leven meemaakt. Horen en zien verging, alles kraakte. Dakpannen en andere voorwerpen vlogen door de straten. Ook hier in het oosten moeten toen wind snelheden zijn voor gekomen van meer dan 40 m /s dat is ruim 140 km per uur. De schade was ongekend groot, in geld uitgedrukt ±140 miljoen gulden, miljoenen bomen waaiden om. In ons land kwamen negen mensen om het leven en in Duitsland vielen 39 doden. Mijn werkplek was toen in De Lutte, pas middags om twee uur arriveerde ik op de bouwplaats, normaal slechts drie minuten rijden. Wat mij daar het meeste opviel dat in de woningen waar ik aan het werk was niet meer naar buiten kon kijken. De ramen en muren waren aan de westkant met een dikke laag modder bedekt. Het duurde jaren voordat de schade die storm in de bossen aanrichtte verdwenen was.

Veranderingen.

In de vroege jaren zeventig ging men allerlei arbeidsbesparende bouwtechnieken uitproberen. Ook het beroep stukadoor onderging grote veranderingen, sommige toekomst kijkers beweerden dat ons vak geheel zou verdwijnen. Het zwaarste werk overgenomen door de machine maar daarvoor kwam de sierpleister en de buiten gevelisolatie in de plaats, geheel nieuwe technieken, overgewaaid uit Zwitserland en Duitsland. Buiten gevelisolatie zorgt er voor dat de kou dįįr wordt tegengehouden waar de kou het gebouw raakt. Een beter soort isolatie systeem bestaat er niet. Dit systeem wordt nu pas op grote schaal toegepast. Over het stukadoren wil ik elders op deze site nog een heel artikel schrijven.

Lid van de weeramateurs, waarnemer KNMI en weerjournalisten.

In juli of augustus 1975 werd ik lid van de weerclub. Nooit zal ik mijn eerste bezoek aan een bijeenkomst ergens in Utrecht vergeten. Het was alsof ik in een andere wereld terecht kwam met allerlei vreemde snoeshanen. Maar spoedig voelde ik mij thuis bij deze club en al gauw merkte ik dat er veel meer mensen waren met een grote belangstelling voor het weer. Men verzekerde mij dat ik op een prachtige plek in Nederland woonde voor het oprichten van een amateur weerstation. Toen kwam alles in een stroomversnelling. Een timmerman bouwde een weerhut. Ik kocht een paar thermometers en werd vrijwillig waarnemer van K.N.M.I. In extreme situaties kreeg ik meer dan eens een telefoontje uit de weerkamer. Tijdens de scherpe kouinval van oudejaarsdag 1978 ben ik zelfs meerdere keren gebeld omdat de windmeter van de vliegbasis Twente was uitgevallen. De dienstdoende meteoroloog legde me dan precies uit hoe de kou inval in zijn werk ging. Ook Friede mijn vrouw werd door Erwin Krol eens gevraagd om eens even naar buiten te kijken of het ook sneeuwde. Later zijn er allerlei mogelijkheden via internet opgestart die ook nu nog voor een goede samenwerking zorgen tussen de weeramateurs en de beroepsmeteorologen. Veel waarnemingen worden ook nu gebruikt door verschillende door weerjournalisten en kranten.

IJsclub.

In de winters van begin tachtiger jaren werd mij gevraagd om zitting te nemen in het bestuur van de plaatselijke ijsclub. Tijdens een van de natuurijs perioden waren er nogal wat meningsverschillen over het onderhoud van natuurijs. Men probeerde van alles uit om de scheuren in het ijs te dichten. Ze gebruikten hiervoor gasbranders en lieten zelfs 3000 liter heet water van de melkfabriek aanrukken en probeerden daar de scheuren in het ijs mee te repareren. Niets hielp, de scheuren werden alleen maar breder en dieper. Van het dichtpleisteren van de scheuren met een mengsel van water en sneeuw had men nog nooit iemand iets gehoord. We maakten een proefstukje en het lukte. Daar waar de scheuren met een mengsel van sneeuw en water behandeld hadden kwamen de scheuren niet terug. De volgende avond was iedereen die een spaan en troffel vast kon houden in de weer om alle scheuren dicht te pleisteren. Om succes te hebben met deze methode moet het natuurlijk wel flink vriezen. Misschien een hint voor andere ijsclubs. Zie ook het ijsproject van Wigbolt Wierenga in het februari. nummer van Weerspiegel 1985.

Regioleider.

Op een van de regio bijeenkomsten in 1981 werd mij gevraagd het regioleiderschap over te nemen van Martin Bosch die toen eindredacteur van Weerspiegel werd. Ik nam deze uitdaging aan en heb er nooit spijt van gehad. Alleen het typen van een geschreven verslag gaf wel eens problemen maar ik vond hiervoor altijd wel iemand die mij hierbij wilde helpen. Het slagen van de bijeenkomsten van regio oost hadden we natuurlijk ook voor een groot gedeelte te danken aan de medewerking van de Gemeente Wierden. Toen Ane Lieuwen de Burgemeester van Wierden ook een van onze leden overleed hebben we voor onze bijeenkomsten een prima stek gevonden bij RTV Oost in Hengelo. Met deze omroep hebben we door Ton ten Hove, Martin Bos beide weermannen van deze omroep heel mooie contacten. We voorzien Ton en Martin dagelijks van waarnemingen die hij dan weer gebruikt in zijn overzichten en weerberichten. Vlak voor de Kerst wordt ons dan een gezellige avond aangeboden en krijgen we zelfs een kerstpakket mee naar huis.

Werkloos en Examencommissie stukadoors.

Begin tachtiger jaren liep het werk in de bouw sterk terug en dat bleef ook voor mij niet zonder gevolgen. Je zat in die tijd op een soort vinkentouw en werd wel eens drie of vier keer per jaar ontslagen. Ondanks je ervaring werden familieleden van bazen en uitvoerders vaak bevoordeeld. Met vijftig jaar ben je eigenlijk al te oud om het tempo en lange reistijden in het stukadoorsvak vol te houden. Maar door het volgen van allerlei cursussen bleef ik wel van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte. Dit was mijn geluk, want tijdens een leermeester cursus in Wijk aan Zee vroeg men mij of ik zitting wou nemen in de examencommissie van Noord Nederland. Ook hier kwam mijn gevoel of inzicht in het weer, weer goed van pas. Want tijdens het eerste examen in de nieuwe examenruimte in Veenendaal hadden alle kandidaten die in de boxen een werkstuk moesten maken, last van de bijzonder schrale lucht in dure gebouw. Enkele van mijn mede examinators, de directeur en andere kopstukken die geen praktijk evaring hadden waren het niet mij eens dat er in het dure gebouw iets niet in orde was met het binnen klimaat. Maar door het opstellen de volgende dag van een van mijn thermo-hygrografen kon ik bewijzen dat het binnenklimaat in gebouw veel te droog was. De kandidaten hadden mazzel, want bij de beoordeling van de werkstukken werd hiermede rekening gehouden. Als je stukadoort bij een te lage luchtvochtigheid droogt de mortel [specie] eerder uit en vooral bij het pleisteren van scherpe kanten gaat de mortel brokkelen en wordt het werk niet mooi strak.

Betonrot en fouten.

Ook verschenen er in die tijd veel berichten in de media over betonrot. Veel gebouwen zouden op instorten staan werd er geschreven. Ik zou hierover alleen al een heel verhaal kunnen schrijven. Betonrot is gewoon rotbeton van mindere kwaliteit. Te weinig cement. Verkeerd zand. Water zand cement grind verhouding niet goed, dekking niet goed van het betonstaal. Of verkeerd betonstaal met zwavel. De grootste fout was wel dat de betonmortel na het storten niet tegen uitdroging werd beschermd. Zelfs de wegenbouw die begin jaren negentig overschakelde naar het aanleggen van autosnelwegen van beton maakten de fout het beton niet af te schermen tegen weersinvloeden. De bouwer van de A 1 in Twente die op zoek was naar de oorzaak van scheuren in de A1 bij Hengelo heeft dit gedaan met behulp van een diagram van mijn thermo-hygrograaf. Ik heb de bouwer toen hij het diagram ophaalde verteld, dat, wil je van een goede kwaliteit beton verzekerd zijn dit altijd goed moet worden afgeschermd tegen uitdroging. Maar ze hadden nog geen ervaring met beton vertelde de bouwer mij. We hebben alleen maar verstand van asfalt. Tot mijn grote verbazing werd met laatste fase van de aanleg langs Oldenzaal van de A1 de verse betonmortel wel afgedekt met een folie. Ook werd aan de mortel een vloeistof (Flevopol) toegevoegd die er voor zorgt dat het vocht niet zo snel verdampt waardoor krimp kan worden voorkomen. Voor de tip heb ik van de wegenbouwer voor de diagrammen een fles Berenburger gekregen.

Opnieuw een andere baan.

In december1984 informeerde een neef van mij een uitvoerder van een schildersbedrijf of ik ook bewijzen kon overleggen dat het op bepaalde dagen morgens na 10. 00 uur nog had gevroren. In de schilders CAO stond toen, dat de schilderspatroons alleen vorstverlet konden declareren als het ook na 10.00 uur nog had gevroren. Het Sociaal Fonds Schilders had het schildersbedrijf op grond van deze regels de declaratie geweigerd van vorstverlet uren van een aantal werknemers. Ik heb mijn neef een aantal diagrammen laten kopiėren van mijn thermo-hygrograaf meegegeven en aan de hand hiervan heeft het schildersbedrijf alsnog voor deze werknemers kunnen declareren. Het contact dat ik hierdoor met dit bedrijf opbouwde mondde later uit in een dienstverband toen ik weer eens ontslagen werd. Bij dit bedrijf heb ik de tak betonreparatie een zijtak van het stukadoorsvak op poten gezet. In het begin was ik eigen baas en pionierde dat het een lieve lust was want ik mocht zelf de systemen uitzoeken waarmee ik wilde werken. Zoals gewoonlijk hadden de Duitsers een grote voorsprong in de ontwikkeling van mortel voor betonreparatie. Ik werkte dan ook het liefst met de Duitse minerale mortel zonder chemische troep. Ondertussen zaten de grote Nederlandse verfindustrie ook niet stil en ontwikkelden allerlei chemische mortels en betonverven die doordrenkt waren met oplosmiddelen. Het duurde dan ook niet lang of er werd mij gevraagd deze troep [twee componenten, epoxi] eens uit te proberen. Ik werd er zelfs voor naar een congres in de Amsterdamse Rai gestuurd. Maar door mijn ervaring en in de examen commissie wijs geworden, heb ik mijn bazen er toen op gewezen dat het werken met deze troep zeer slecht was voor de gezondheid. Dit werd natuurlijk ontkent en ik werd verzocht er niet te veel over te praten. Vanaf dat moment ging de werksfeer er zienderogen op achteruit. Vooral toen ze er achter kwamen dat ik als kader lid van het FNV aan de hand van een Scandinavisch rapport de discussie heb aan gezwengeld dat de oplosmiddelen in deze mortel en verf schadelijk waren voor de gezondheid. Over de gevolgen van deze oplosmiddelen is heden ten dage veel meer bekend. Maar ondanks dit mocht ik toch allerlei klusjes voor hen doen als ze er niet uit konden komen want ze hadden toch wel respect voor mijn speurzin. Gelukkig heb ik toch het gelijk aan mijn zijde gekregen.

Zeer strenge vorst.

We zijn nu met dit verhaal aangekomen midden tachtiger jaren. Op de december bijeenkomst van 1984 in de Bilt werd er wat gespeculeerd wat die winter ons voor weer zou brengen, maar door de strakke west circulatie van dat moment waren bijna alle weeramateurs die ik sprak pessimistisch en het er over eens dat het wel weer een open winter zou worden. Maar ook nu weer had de natuur zoals dat bijna altijd gaat een weertype in de aanbieding waar niemand rekening mee hield. Het zou de laatste echte sneeuwwinter worden die we tot toen beleefden. Twintig dagen met een sneeuwdek van 3 tot 23 januari. Op 11 januari bedroeg het sneeuwdek hier zelfs 19 cm. Schaatsen kon men hier in Twente bijna niet. Want de sneeuw die overal op het ijs lag werkte als een deken. Zelfs de ruim 20° graden vorst van 8 januari 1984 had bijna geen invloed op de ijsaangroei. Die avond van 8 januari zal nooit weer vergeten. Want door de zeer strenge stralingsvorst leek het net of de ijsbaan kookte. Dit kwam door het warmte verlies van de ijsbaan. Toen ik die avond nog even mijn grasminimum thermometer wilde aflezen die bij vriend in het weiland stond werd ik door de plaatselijke politie aangezien voor een stroper. Ze richtten vanuit het politie busje de schijnwerper op mij in de 19 cm dikke sneeuwlaag in het weiland, maar toen ze begrepen wat ik daar aan het doen was hebben we gezamenlijk de grasminimum thermometer afgelezen. Deze wees op dat moment -25° aan. De volgende morgen heb ik -28.8° afgelezen. De ijsclub in Losser had geluk, want samen met de gemeentelijke brandweer hebben we de baan vlak voordat het streng begon te vriezen de baan sneeuwvrij kunnen maken. Een mooi maar bijzonder koud karwei. Elders in Twente waren alle banen onbruikbaar door het dikke sneeuwdek. Nadien heeft de ijsclub nooit meer zoveel bezoekers gehad als toen. Ook heeft de kassa nooit weer zo goed gerammeld. Na deze succesperiode werd ik binnen het bestuur bevorderd tot ijsmeester. Zoals we allemaal wel weten kwam het deze winter ook eindelijk weer eens tot een Elfstedentocht.

Opnieuw een strenge winter. 

Waarom de weergoden steeds weer koude tot strenge winters in de vorm van clusters laten voorkomen zal voorlopig nog wel een geheim van de natuur blijven, want ook met de winters uit het midden van de tachtiger jaren gebeurde dit. Of is dit een eigenschap die in de natuur ingebakken zit? Over de lange termijn voorspellingen van de wijzen uit Berlijn waren toen de meningen verdeeld. Jammer was het dat ze tijdens ons bezoek aan Berlijn in april 1994 ze niet uit hun schulp te voorschijn kwamen. Heel begrijpelijk dat ze dat niet deden want de winter van 1993-1994 zou een strenge winter worden. Het tegenovergestelde gebeurde, de winter werd zeer zacht. Ik denk dat de wetenschappers nog een hele lange weg te gaan hebben en dat de sleutel voor dit onderzoek wel eens onder de zeespiegel zou kunnen liggen want het weer in de wereld zeeėn is nog onontgonnen gebied.

Stoppen met werken.

In het najaar van 1992 kreeg ik van mijn baas te horen dat hij mij niet meer nodig had. Na het lezen van de ontslag papieren bleek dat deze niet juist waren ingevuld. Maar gelukkig was ik in het bezit van een aantal loonspecificaties zodat ik zaak recht kon trekken. Precies op mijn 57ste verjaardag, als stukadoors kunnen uittreden, op 18 jan 1992 kreeg ik mijn papieren toegestuurd. Dit uittreden hebben we bij Jan Versteegt in Tolkamer nog gevierd met een dik stuk boterkoek. We hadden daar samen met regio Gelderland een regiobijeenkomst georganiseerd. Nu brak voor Elfriede een mij en een mooie tijd aan en konden we volop van onze hobby's gaan genieten. Elfriede kon uren lang op haar piano Bach zitten studeren. Maar het ging niet zo als we ons dat hadden voorgesteld. Elfriede werd ziek.Tergend langzaam gingen haar krachten achteruit en in het voorjaar van 1993 werd ze in het ziekenhuis in Enschede opgenomen. Met vallen en opstaan en veel teleurstellingen heeft ze de ziekte gelukkig overwonnen. 

Afscheid nemen.

Ook bij de weeramateurs moet je soms afscheid van mensen waarmee door je hobby een fijne contacten hebben opgebouwd. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan Jan Pelleboer waaraan ik deels mijn mooie meetreeks te danken heb. Onvergetelijk is ook Marie Pals. Met Jan en Marie [Terschelling] hadden we een mooie vriendschap opgebouwd. Het heengaan van Marie heb ik nooit goed kunnen begrijpen. Ook de Heer Beiers uit Holten die ik op 85 jarige leeftijd nog moest helpen met de koop en het plaatsen van een nieuwe weerhut was een markante figuur die je nooit weer vergeet. Ook van Ane Lieuwen de burgemeester van Wierden die jarenlang weeroverzichten schreef voor Tubantia hebben we veel te vroeg afscheid moeten nemen.

Het weer wordt een product.

Begin jaren negentig veranderde er veel, vooral hoe het weer in de media wordt gebracht. Commerciėle zenders gingen op zoek naar weermannen. En als weeramateur ontdek je dan op een gegeven moment dat het weer een product is geworden. Weeramateurs en professionals vliegen elkaar in de haren en pikken elkaar het werk af. Onbegrijpelijk is voor mij nog altijd hoe de weerman Ane Lieuwen door het dagblad Tubantia aan de kant werd gezet. Hierdoor werd de kwaliteit van het geschrevene een heel stuk minder. Zelfs de redactie van deze krant gaf dat toe. Ze zeiden erbij hier niets aan te kunnen doen. De lay-out die deze krant voor het weeroverzicht gebruikt is valt in het geheel niet op. Heel vaak heb ik moeten aan lezers moeten uitleggen waar de oude weerman is gebleven.  De programmamakers van radio en TV ontdekten ook de weeramateurs en ondergetekende werd gevraagd mee te werken aan verschillende programma's. Een zeer komische belevenis was, toen ik nog af toe werd gebeld door 'Call TV' van Veronica. De juffrouw op het scherm vroeg me een keer of we vandaag ook buiten konden spelen. Ik antwoordde haar, natuurlijk dat kan wel. Tot mijn grote verbazing hoorde ik daarna haar stem niet meer, maar zag op het TV scherm wel haar lippen bewegen. Wat was er gebeurd. Ze vertelde even later dat haar microfoontje even zoek was geweest. Deze was achter haar blouse gegleden..... Ik heb haar nog gezegd dat het microfoontje dan wel op een erg pikante plaats terecht was gekomen. Niet lang daarna heb ik de medewerking aan het programma opgezegd.

De koop van een computer.

Begin jaren negentig werd me wel eens gevraagd waarom heb je nog geen computer? Ik antwoordde dan altijd wat moet ik met zo'n machine. Met mijn ruim 50 jarige ervaring dacht ik, en zei altijd zonder een computer is het best mogelijk de waarnemingen van mijn station te ordenen of een weerpraatje voor een zieken of stadsomroep in elkaar te timmeren. Maar als je ouder wordt, worden de waarnemingen toch een steeds kostbaarder bezit. Bovendien zijn de logboeken aan slijtage onderhevig. Het is bovendien erg jammer dat je weinig met de waarnemingen kunt doen. Heel langzaam rijpte bij mij dan ook het plan om hier en daar maar eens wat in het rond te vragen of een computer ook wat voor me zou zijn. Van mijn leeftijd genoten kreeg ik zonder uitzondering te horen daar ben je veel te oud voor. Je kunt het geduld er niet voor opbrengen. Heel verrassend is het achteraf te moeten constateren dat meeste jonge mensen, waaronder mijn kinderen en Elfriede er heel anders over dachten. Toen kwam het probleem, hoe ga ik het aanpakken. Moet ik een 2de hands aanschaffen of een geheel nieuwe. Weer kreeg ik allerlei uiteenlopende adviezen. Een vriend van een van mijn kinderen die informatica studeerde heeft me geadviseerd om toch maar een geheel nieuwe computer te nemen met Windows 95. Dit om de eenvoudige reden dat je er veel sneller mee kunt leren werken. Het bestellen was een heel verhaal op zich. Als je bijna 60 bent loop je niet zo maar even een zaak binnen om een computer te kopen zonder ooit maar een toets van zo'n machine hebben aangeraakt. Ik ben eerst maar enkele malen om de zaak heen gefietst. Toen ben ik naar binnen gegaan en heb een offerte laten maken. Niet lang hierna stond de nieuwe machine voor me op het bureau. Daarna kwam de volgende stap. De verkoper had mij geadviseerd om eerst maar een basis cursus informatiekunde te volgen. Bij de eerste les kwam ik er al achter dat de cursussen op verouderde computers werden gegeven waar geen Windows 95 op zat. Dit leverde nog al wat problemen en zelfs hoofdpijn op. Hierna heb ik van een goede kennis de cursus kennismaking met Windows 95 gekregen. Ruim twee maanden ben ik met deze cursus aan het stoeien geweest. Hierdoor kreeg ik verschillende eenvoudige handelingen onder de knie. Het werken met Windows 95 heeft wel wat weg van een driewals zes kleuren patroon van een weefgetouw. Of van een Dobby of Jacquard weefsel [bloemenweefsel] van een automatisch weefgetouw. Deze machines lopen ook op programma's of kaarten waardoor het geweven patroon te voorschijn komt. Ondertussen werd door de wetenschapwinkel van de Universiteit Twente door tussenkomst van de partner van onze dochter die daar in de wetenschapwinkel werkte het Meteo programma van Joop Dijksrta uit Damwoude onderzocht. Over de uitkomst van dit onderzoek zal in overleg met Joop Dijkstra nog een artikeltje in Weerspiegel verschijnen. Met dit Meteo programma heb ik nu al mijn waarnemingen vanaf 1867 en een klimaatreeks van oost Nederland ingevoerd. Ik had gedacht hier wel een jaar of langer werk mee te hebben maar het is achteraf allemaal reuze meegevallen. Het toevoegen van een printer gaf nog wel enige problemen maar ook dit hebben we opgelost. Ik kan dan ook zeggen je bent nooit te oud om wat te leren. Maar er gaat wel verschrikkelijk veel vrije tijd in zitten.

Internetsite Weerstation Losser

Tot slot nog een paar regels over de Internet site Weerstation Losser waar ik vrijwel alle weergegevens van oost Nederland die ik de laatste jaren uit de jaarboeken uit onze bibliotheek heb verzameld heb neergezet. Hier heb al bijna ontelbare uren aan tijd in gestopt. Mijn Webmaster Albert Oude Nijhuis heeft er vlak na de dood van zijn moeder er ook bijzonder veel tijd aan besteed en met enige steun van het Dagblad Tubantia hij er een prachtige site omheen gebouwd. Maar de laatste tijd begin ik toch wel af en toe te twijfelen of we hier op deze manier nog mee door moeten gaan. Heel veel kan er aan deze site nog verbeterd worden.

10 maart 2009

Vandaag wordt het de hoogste tijd ik dit verhaal weer eens van een update te voorzien zoals dat in het vakjargon heet. Sinds de koop van de eerste computer ruim 20 jaar geleden is de computer niet meer uit mij leven weg te denken. Het Internet al helemaal niet het is zelfs een stuk van mijn leven geworden. Er is zelfs een laptop en een beamer bijgekomen waarmee ik af en toe een avond voor belangstellenden verzorg. Al twaalf jaar surf ik nu over het net en er is een wereld voor mij opengegaan. Bijna elke week komen er wel vragen binnen over het weer. Vervelende berichten komen er maar zelden binnen en het aantal berichten in het gastenboek is tot ver boven 1000 opgelopen. Twee keer heeft de site al een andere plek gekregen. Hiervoor zorgt de webmaster Albert oude Nijhuis die klimatologie heeft gestudeerd in Utrecht en zich nu verder verdiept in de geheimen van de atmosfeer in Delft. Bij hem kan ik altijd met vragen terecht. Hij heeft prachtige mogelijkheden in de site gebouwd waarmee iedereen die het een beetje begrijpt prachtige berekeningen kan maken. Ik ben hem dan ook veel dank verschuldigd. Zonder Albert had de site van weerstation Losser niet bestaan. Veel plezier heb ik ook aan de contacten Bert de Jonge gehad die een aantal jaren voor Shell heeft gewerkt in het oosten van Siberiė en die een groot aanlal foto's van het onherbergzame Sakhalin eiland heeft opgestuurd. Deze foto's zijn hier te vinden. http://www.weerstationlosser.nl/index.php?spgmGal=Siberische kou&pid=5

Nu in september 2011 moet aan dit schrijven ik een update aan toevoegen. Want op 2 september zijn mijn voetstappen 'Rock of Fame' bijgezet bij andere bekende Lossenaren. Daardoor ben ik een soort ereburger geworden van Losser.

Hoe lang ik nog doorga met mijn hobby hangt af van mijn gezondheid. Met mijn bijna 84 jaar heb je bijna al het weer meegemaakt dat er in Nederland kan voorkomen. De verschillende soorten weer beginnen daardoor bijna heel gewoon te worden.

Zeer verassend was dit jaar het mogen beleven van de heetste  en van de droogste zomers uit de reeks. Had gedacht nooit meer zo’n zomer mee te mogen maken . Weerecords sneuvelden aan de lopende band. Alleen in 2018 al 41 weerrecords. 2018 een zeer bijzonder weer jaar. Vast staat wel bijna de klimaatverandering hier grote invloed op heeft gehad.

Het aantal likes op weerstation Losser was op 27 november 2018 opgelopen naar 28.025.759 hits. Johan Effing