Neerslag waarnemingen inTwente.
Door Johan Effing.

Wie de historische klimaatgegevens van De Bilt wel eens bestudeerd heeft kan zien, dat er neerslag waarnemingen vanaf 1735 in Nederland bekend zijn. We mogen aannemen dat de start van de waarnemingen ergens in het midden van het land is geweest. Maandelijkse sommen heb ik gevonden in een verzameling van de Werkgroep Weerkunde eind zeventiger jaren. Wie nu de verzameling vergelijkt met de nieuwste uitgave van het Klimaat van De Bilt in 1996 kan constateren dat er sindsdien nogal wat veranderd is aan de neerslagreeksen. In de nieuwste uitgave van Het Klimaat van De Bilt kan men dan ook lezen dat de waarden zijn herzien. Of er ook dag gegevens bekend zijn van voor 1735 dat is mij niet bekend. Dit moet haast wel , want tijdens de laatste kerstdagen kon men plotseling via radio en TV. horen dat er in de 19de eeuw 17 of 18 witte Kersten zouden zijn geweest. Aan het temperatuur verloop kan men gemakkelijk aflezen dat het heeft gesneeuwd als er neerslag is gevallen tijdens een vorst periode. Of deze methode ook is gebruikt om het aantal witte kersten van de 19 eeuw aan te geven is mij niet bekend.

Bij het invoeren van de klimaatreeks van Oost Nederland ben ik de volgende namen tegengekomen.

Enter               Opgericht 1896     Waarnemer K.Prakken                              Aangesteld 1919
Borne              Opgericht 1867     Waarnemer K.C.van der Waal                Aangesteld 1894
Hengelo         Opgericht 1868     Waarnemer H.D.Altena                            Aangesteld 1919
Enschede       Opgericht 1880     Waarnemer J.Verkoren                             Aangesteld 1880
Begin waarnemingen in Enschede Mei 1880 door Dr. A. J. van Deinse te Enschede. Plaats ?
Warnsveld     Opgericht 1915     Waarnemer A.Oonk                                 Aangesteld 1915
Lochem          Opgericht 1892     Waarnemer Ch.F. Kolf van Oosterwijk  Aangesteld 1892
Borculo          Opgericht 1890     Waarnemer A.W.Heuvel                         Aangesteld 1902
Doetinchem   Opgericht 1910     Waarnemer W.A.Buddenhof                 Aangesteld 1910
Aalten            Opgericht 1904     Waarnemer A.P.Sicher van Bath            Aangesteld 1904
Denekamp     Opgericht 1904     Waarnemer J.B.Bernink                            Aangesteld 1904
Almelo           Opgericht 1918     Waarnemer H.J. Brilman                           Aangesteld 1918
Bathmen        Opgericht 1918     Waarnemer G.J.L.ankkamp                       Aangesteld 1918
Emmen           Opgericht 1918     Waarnemer R.Hemmnga                           Aangesteld 1920

 

Tijdvak 1867 -1900

Het zou na 1735 nog 132 jaar duren voordat er in Twente met neerslag metingen werd begonnen. De datum 28 februari 1867 staat in de jaarboeken dat toen de waarnemingen in Borne zijn gestart. Hengelo startte een jaar later. Begin waarnemingen in Enschede mei 1880 door Dr. A. J. van Deinse te Enschede. Ook op het Erve Bookholt in Lochem er door de bekende geoloog  Dr.W.C.H.Staring toen al gemeten. Op dit station werden toen ook al temperatuur metingen gedaan die ik niet in jaarboeken terug kon vinden. Wel een prachtig verhaal van Van Deinse over een verwoestende nachtvorst van 12 mei 1872. Omstreeks deze tijd staan er al 23 regen waarnemers uit verschillende plaatsen uit ons land in jaarboeken. Vooral rond de Haarlemmermeer werd op verschillende plaatsen zeer intensief gemeten. (Inpoldering Haarlemmermeer , Leeghwater)

Bij het invoeren van deze oude klimaat reeksen in de computer kwam ik af en toe heel leuke verhaaltjes of wetenswaardigheden tegen.
In een jaarboek uit 1866 staat het volgende over de eerste neerslag waarnemingen in Twente:
Gedurende
enige jaren heb ik het geluk, dat iemand in het oostelijke gedeelte van ons land zich aanbood weerkundige waarnemingen te doen in Ootmarsum. De tijd is zeker te kort geweest om uit te maken, of reeds op dien afstand van de kust op het vlakke land enige vermindering van regenwater merkbaar is. Vanaf november 1859 stonden deze regen waarnemingen afgedrukt in het Jaarboek van 1865. Curieus is dat de waarnemingen in Ootmarsum in tienden van millimeters zijn gemeten.
In Borne mat men van 1867 tot 1875 in halve millimeters.

1860                          1861                         1862                            1863

 jan :    95     mm.       Jan :   50.6   mm      Jan:     68.3   mm         Jan:    70.7   mm
Mrt:    87.9  mm        Mrt:    66.7  mm       Mrt:    27.7    mm        Mrt:    34.3   mm
Apr:    41.1  mm        Apr:    60.9  mm      Apr:   27.2     mm        Apr:    35.8   mm
Mei:  105.9  mm        Mei:   48     mm       Mei:    40.5    mm        Mei:    19.4   mm
Juni:   53.9   mm       Juni:    81     mm       Juni:   94.3    mm        Juni:    77.5   mm
Juli:    38.7   mm       Juli:   135.4  mm       Juli:   110.6   mm         Juli:     42.8   mm
aug:   135.2  mm       Aug:  111.7  mm      Aug:   88.5   mm        Aug:   52.5    mm
Sep:     79.6  mm       Sept:   98.2  mm       Sept:   28.3    mm       Sept:    92.6   mm
Okt:     81.7  mm       Okt:    11.6   mm       Okt:   119.2   mm       
Nov:    60.   
mm       Nov:   30     mm       Nov:    38      mm        
Dec:     76    mm       Dec:   50.6   mm        Dec:   98.4    mm   

   Jaar:   982.4 mm       Jaar: 744.7   mm      Jaar:  783.2   mm       

Over het jaar van 1868 kunnen is het volgende te lezen.

Sneeuw, die ons sedert de helft van juni had verlaten , bezocht ons tegen hare gewoonte opnieuw en wel den 27 oktober in genoegzame hoeveelheid, om te Utrecht een poos te blijven liggen. In Gelderland viel zij in grote hoeveelheid. In de omstreken van Varseveld braken takken van de bomen door hare zwaarte en werd den volgende morgen de hoeveelheid van 6.8 mm gesmolten sneeuw toegeschreven. In het overzicht van juni geen aantekening van sneeuw kunnen ontdekken.

Enkele aantekeningen uit de jaren 1871 en 1872.

1871 strenge winter. 1ste helft van december ,afgetapt sneeuwwater 38 mm. In Borne werd toen slechts 18 mm sneeuwwater afgetapt.
Augustus 1870 moet een zeer slechte maand zijn geweest. Er werd toen in Borne 155 mm gemeten met op 30 augustus 42 mm. Op 20 dagen  regende het.

Sneeuw met een roestachtige kleur.

26 maart 1872 zwarte geelachtige sneeuw in Zeeland.  Op deze middag werd in Zeeland (Vlissingen, Middelburg, Domburg) melding gemaakt van een sneeuwbui met een zwarte tot geelachtige stof. Op het bleeklinnen ontstonden vlekken als roestvlekken. Men vroeg zich in die tijd af of het ook stof of as was geweest als gevolg van de uitbarsting van de Vesuvius.

Nog enkele extreme jaren.

1877 was buitengewoon nat. 1095 mm. De zomer had 315 mm en de herfst 260 mm.
Zeer groot was het verschil in neerslag in oktober 1892 met in het noordwesten van het land sommen tussen 250 en 280 mm.
Enschede was in deze maand het droogste plekje van het land met maar 66 mm.

Apil 1893 zonder regen !!!! Droogste voorjaar uit de Twentse weer geschiedenis.

April 1893 is landelijk waarschijnlijk de droogste maand die ik in de jaarboeken ben tegen gekomen. Van de 75 stations die in de jaarboeken staan tekenden 11 stations helemaal geen neerslag op. In Twente viel er op de stations Enschede en Hengelo geen druppel. Borne tekende 1.2 mm op. Borculo 0.1 mm. Lochem 0.2 mm.
In Enschede viel van 20 maart tot 2 juni geen neerslag. Dit is tot nu toe de langste periode zonder neerslag voor Oost Nederland die ik in de boeken heb gezien.
Voorjaar 1893 wellicht het droogste uit de landelijke geschiedenis er viel maar 60 tot 70 mm.

Het vreemde en zeer koude jaar 1890.

Vooral de zomer was miserabel slecht, met bijna 300 mm in Enschede , Borne 331 mm en Delfzijl 365 mm. 16 oktober 1890 zeer vroege sneeuw.
November en december waren heel vreemde maanden. Trouwens heel 1890 was een bijzonder vreemd jaar.
In november viel er vooral op 24 en 25 november ontzettend veel regen, ruim 75 mm in Enschede. In IJselmuiden viel zelfs 94 mm. In de Dinkel delta stond alles onderwater en er zijn verhalen dat het vee op de zolders in veiligheid werd gebracht.  Hierop volgde de droogste en een onvoorstelbare koude december maand uit de vaderlandse weergeschiedenis. December was extreem koud en droog . In Winterswijk kwam de temperatuur alleen op 3-4 -5 december maar even boven het vriespunt uit. Op 29 december woei er in Leeuwarden een storm uit het oosten bij 10 tot 13 graden vorst. Het december gemiddelde lag bijna bij –5 graden onder nul. Van de 67 regen stations die er in de jaarboeken staan vermeld hadden 17 stations zelfs helemaal geen neerslag  Weer een mooi voorbeeld dat er eerst veel regen moet vallen voordat het weer radicaal omslaat voor langere tijd. De grootste etmaalsom werd gemeten op West Terschelling met 13 mm.  Enschede was tweede met 10.3 mm.

1891 bijzonder slechte zomer

Bijzonder zware buien in Noord-Holland. Edam : Etmaalhoeveelheid op 5 juni van 69 mm . Zaandam 51 mm. Alkmaar 48 mm. Ook juli was een bijzonder slechte maand met in Scheveningen op 30 juli een etmaal hoeveelheid van 61 mm. Heel veel stations tapten 125 mm of meer af in deze maand. Winterswijk zelfs 142 mm. In augustus kwam de maximum temperatuur maar op enkele dagen boven de 20 graden uit. Het regende bijna elke dag. Maar het vreemde was er vielen geen hoge etmaalhoeveelheden.

Tijdvak 1900 -1940


1904 het droogste jaar uit de oostelijke weer geschiedenis.

De juli maand van 1904 was in Enschede bijzonder droog met 3.1 mm. Borne noteerde 6.8 mm Hengelo 20 mm door een onweersbui op 29 ste. Het jaar 1904 was buiten gewoon droog met een jaarsom 454 mm. Het droogste jaar uit de oostelijke instrumentele geschiedenis.

Oktober1908 was ook bijzonder droog. In heel Twente vielen maar enkele millimeters. Op station Borne viel helemaal niets. In Fredriksoord viel geen druppel. Delfzijl maar 1mm.
Enschede had 3.5 mm en Hengelo 3.2 mm.
Zeer zware buien op 5 juni 1913: Enschede 60.4 mm. Hengelo 56 mm Borne 50 mm en ( Denekamp 28 mm). (Waarnemer, Heer Bernink  Stichter museum Natura Docet in Denekamp).
In dit museum bevindt zich een serie aantekeningen over neerslag in een soort dagboek van de Heer Bernink gedaan tussen 1900 en 1940.

Februari 1917 was bijzonder droog en zeer koud.

In Enkhuizen viel in deze maand helemaal geen neerslag. Op het meetpunt Hilversum viel maar 0.3 mm. In Enschede werd 7.3 mm afgetapt. Januari en februari waren zeer koud met in Winterswijk in 19 nachten strenge vorst. Vier keer vroor het zeer streng. Op 4 februari vroor het 19 graden. Of er ook een sneeuwdek aanwezig was staat niet in de jaarboeken vermeld. Volgens de neerslag cijfers moet dit maar hooguit een of twee cm. geweest zijn. Ook maart was erg koud en telde 22 vorstdagen.

Januari 1918 ongekend zware sneeuwval.

Op 16 Jan 1918 moet het hier ontzettend gespookt hebben. Er kwam toen in enkele dagen 60 mm naar beneden in Enschede. Deze neerslag moet hoofdzakelijk in de vorm van sneeuw zijn gevallen. Volgens de meetpost Winterswijk vroor het elke nacht enkele graden bij een wind tussen zuidwest en noordwest. De eerste helft van jan telde 10 sneeuwdagen. In bar en boos van Jan Buisman kan men lezen dat zich in deze dagen de zwaarste sneeuwval in 30 jaar moet hebben voorgedaan compleet met een hevige noord ooster storm. Een storing is toen van Engeland komend recht over ons land getrokken. Op het regenstation Enschede zijn op 12, 13,14, jan geen waarnemingen verricht. Of dit iets met de zware sneeuwval te maken heeft gehad dat lijkt me wel. Want op meerdere stations waar onder Denekamp hebben toen de waarnemingen stil gelegen. De regen meters zullen wel onder de sneeuw hebben gezeten. Volgens berichten uit kranten van die tijd heeft de sneeuwstorm veel schade aangericht in de bossen. Takken zouden zijn afgescheurd door het gewicht van de sneeuw. Het sneeuwdek moet minstens een dikte hebben gehad van 35 cm.

Regenmeters met een gasbrander.

In het jaarboek van 1920 kunnen we het volgende lezen: Te De Bilt zijn de waarnemingen ontleend aan een registreerenden regenmeter met tuimel bakjes, vervaardigd door W.C.Olland, besloten in een dubbele ijzeren mantel met een tussen ruimte van 5 CM; het geheel is geplaatst in een houten kast van 75 × 55 CM en 1 M. hoog. Gedurende het koude jaargetijde wordt de lucht in den hollen ijzeren mantel, die boven een uitlaat heeft, een weinig verwarmd door een gasbrander, om het bevriezen van het apparaat te voorkomen en sneeuw onmiddellijk na het vallen te doen registreren. Deze inrichting blijft over het algemeen goed voldoen …………

1921 een van de droogste jaren uit de 20ste eeuw met in de omgeving van De Bilt maar 387 mm. In Enschede viel in dat jaar 551 mm
Oktober 1923 telde 30 dagen met regen. Maandsom 136 mm en jaarsom 834.

10augustus 1925 : Ramp Borculo.

Duidelijk is aan de waarden van de regenstations te zien dat er een koud front over Nederland. is getrokken. Het hoogste regencijfer wat ik van die dag heb gezien was het station Slijk-Ewijk 38.5 mm. In Oost Nederland was de hoogste som, Lochem met 35.2 mm. In Borculo zelf viel op deze dag maar 17.5 mm. Deze waarde is aangekruist met een sterretje in het jaarboek dat wil zeggen dat de waarde voor die dag niet helemaal correct is gemeten. Ook het maandtotaal ontbreekt in de jaarboeken. In Enschede viel maar 12 mm en in Denekamp ook 12 mm.  Dwingelo tapte op deze dag ruim 31 mm af. In Limburg viel op sommige plaatsen helemaal niets, terwijl het station Vaals 34 mm aftapte. Op 10 augustus is in Maastricht een maximum temperatuur gemeten van 32 .4° Winterswijk noteerde op deze dag 30.7° en Groningen noteerde 28.6°. Daags er na bedroeg het maximum maar 20 graden.

De oorlogsjaren.

Na de mooiste  witte kerst van de eeuw 1939, op beide dagen lag er bij een zonnig weertype en strenge vorst meer dan 10 cm, maken we een sprong naar de tweede wereld oorlog. Langzaam zie je in 1944 dat in de jaarboeken steeds meer witte vlekken verschijnen. Vanaf jan 1944 liggen alle waarnemingen stop op Walcheren. Denekamp werd wit in september 1944.  Borne is dan al lang uit de boeken verdwenen. Vooral in augustus verschijnen er veel witte vlekken in het zuiden en zuidwesten van het land, maar ook Enschede stopt dan, terwijl de waarnemingen in Hengelo en Almelo gewoon door gaan. De enige in Twente met een ononderbroken reeks tijdens de oorlog. In september. 1944 zijn er veel witte vlekken in de streek rond Arnhem. (Slag om Arnhem) In juli 1945 worden de waarnemingen in de Betuwe hervat. In Nijmegen zat waarschijnlijk een waarnemer die ondanks het oorlogsgeweld zijn waarnemingen heeft vol gehouden. Een ononderbroken reeks. Enschede hervat waarnemingen in juli 1945. Het boekje met de waarnemingen van 1945 is pas gedrukt en uitgegeven in 1947. Sneeuw is er overvloedig gevallen in de oorlog. Wellicht was dit het sneeuw rijkste tijdvak van de laatste 100 jaar. Op 28 januari 1945 lag de sneeuw hier waarschijnlijk 38 cm hoog. Het sneeuwde in deze honger maand toen op 23 dagen.

We komen nu in de jaren van na de oorlog met het vreemde jaar 1947.

Vooral de record zware regen van februari 1946 valt dan op.  In een week tijd komt er in Twente 160 tot 180 mm naar beneden. Op 9 februari zelfs 78 mm in Oldenzaal. Een kleine ramp voltrok zich. Een deel van Almelo stond toen onder water. De karpers zwommen er door de straten. Drie Dinkel bruggen verdwenen in het kolkende riviertje. Overdinkel was van de buitenwereld afgesneden. Sindsdien is er in zo’n kort tijdsbestek nooit meer zoveel regen gevallen. Misschien was dit wel de natste week van de eeuw. Op dit waterballet volgde een vrijwel normale zomer. Tot dat op 12 december 1946 een van voor het gevoel de koudste winters van de eeuw zou begon met zijn ijzige oosten winden. Hier en daar vond men in mei, toen de warmste zomer van de eeuw al was begonnen was nog ijsresten in mesthopen. Deze zomer bracht toch nog 161 mm neerslag. Op 7 augustus viel er 30 mm.

Klimaat wordt natter !!!!!!!!!!! 60 er jaren.

Met het begin van de tweede helft van de twintigste eeuw leek het klimaat met uitzondering van de kurkdroge zomer van 1959 498 mm snel natter te worden. Bovendien traden er meer extremen op. In de zestiger jaren hadden een drietal jaren een jaarsom van meer dan 1000 mm. In twaalf jaar konden we zes zomers optekenen met een neerslag som van ver boven de 300 mm. Natste zomer was 1960 met 373 mm. In de strengste winter van deze eeuw 1962-1963, ik denk er met weemoed aan terug , hadden 70 dagen met een sneeuwdek van meer dan een 1cm. In deze winter viel er toch nog 115 mm neerslag . In de winter er na van 1963-1964 viel er maar 60 mm neerslag. Dit lijkt wel de vergeten winter wat neerslag aan gaat  En was daardoor de droogste winter van de eeuw. In de zestiger jaren was er voor een weeramateur veel te genieten. Aan het eind van dit tijdvak ontving ik een brief als neerslag waarnemer van Jan Pelleboer, waarin hij schreef, zo kan het niet langer doorgaan met die slechte en natte koude zomers en hij kreeg gelijk. Als Jan nu de warme zomers van de laatste tien jaar had mogen mee maken had hij misschien wel het omgekeerde gezegd.

De jaren zeventig en tachtig.

In de zeventiger jaren zocht het klimaat zo als dat al veel vaker is gebeurd in de geschiedenis zijn evenwicht weer op en kregen we weer een aantal zeer warme en relatief droge zomers 1975, 1976. Maar echte uitschieters in de neerslag cijfers kon ik voor het oosten van het land niet ontdekken. Alleen de vier dagen met sneeuw in mei 1979 staan in de record lijst. De jaren tachtig trokken wat de neerslag aangaat wat meer de aandacht. Zo was maart 1981 met 170 mm, mei 1984 met 170 mm de natste maanden uit mijn ingevoerde waarnemingsreeks, record droog was de zeer koude (elfsteden) februari met maar 2.9 mm in 1986.

Klimaatsprong en nog natter.

Zoals we allemaal wel weten zijn er in de laatste tien jaar van de (tijdelijke?) klimaat sprong  heel wat records gesneuveld. Zo werd 1993, met 1186 mm het natste jaar van de klimaatreeks..In juli van dat jaar kwam er maar liefst 207 mm naar beneden. Twee jaar later op 27 juli 1995 liet een van de zwaarste onweders die ik mij herinneren in nog geen drie uur tijd 62 mm naar beneden vallen. Ook in 1998 werden twee neerslag records gebroken, juni 1998 met 161 mm en oktober 203 mm. Hierdoor mislukte vooral op de laag gelegen gronden een deel van de oogst. Het laatste jaar van het millennium 1999 bracht daar in tegen een van de overvloedige oogsten, misschien wel de beste van deze eeuw een overvloed aan producten. (Zeer lekker Nederlands fruit) Prompt kon men dan in pers lezen dat de producenten schade leden door de lage prijzen. Dit zal dan wel aan de handige tussen handel hebben gelegen, die handig inspelen op de grillen van de natuur. Maar laten we ons gelukkig prijzen met de gedachte dat we in een land leven met een klimaat waar de oogsten bijna nooit mislukken door weersomstandigheden.

Oorzaak toenemen van de neerslag ?

Wat de oorzaak is van dat er nu 10 a 20 % meer neerslag valt als in het begin van de eeuw ligt misschien aan het feit, dat door de bebouwing een ander soort buffer is ontstaan aan het aardoppervlak. Een vierkante meter beton of andere kunststeen slaat nu eenmaal meer warmte op dan een onbebouwd begroeid vierkante meter stuk grond waardoor er meer en sneller condensatie optreedt. Een versnelling van het broeikas effect door de uitstoot van meer warmte (menselijke vulkaan) kan de toegenomen neerslag ook in de hand werken. Ook het geweldige aantal vliegtuigen die dagelijks de atmosfeer belasten is een geweldige vervuiler waar nooit over wordt gepraat of geschreven. Welke kant het opgaat met het klimaat dat blijft onzeker maar is ook zeer boeiend.  Want het weer heeft altijd weer iets in de aanbieding en is altijd weer anders en zit vol met verrassingen waar niemand rekening mee houdt.

Enkel cijfers over toegenomen neerslag in Oost Nederland.

Dat het klimaat inderdaad in de tweede helft van de 20ste eeuw een stuk natter is geworden geven de volgende ruwe volgende cijfers aan.

Van 1 januari 1900 tot 31 december 1999 viel er globaal in Twente 79094 mm.  ( Een water berg van ruim 79 meter hoog )

In de periode van 1 januari 1900 tot 31 december 1949 viel in Twente 37486 mm.

En van 1 januari 1950 tot 13 december 1999 41580 mm.

Een verschil van bijna 4100 mm!!!!! 

Of in de tweede helft van de vorige eeuw viel er ruim 4000 mm meer dan in de eerste 50 jaar!!!!!!!!!!!!

Over de grondwaterstand hoeven we ons in Nederland dan ook geen zorgen te maken want wie het peil van het grondwater goed volgt kan constateren dat dit zich van zelf herstelt. De afwatering waar vroeger nogal wat aan mankeerde heeft men nu veel beter in de hand. Ook moeten we niet vergeten dat onze aarde net als wij leeft en daardoor aan veranderingen onderhevig is.

( c )

Johan Effing 7 februari 2008

 

 Top