Begin jaren van het Klootschieten in Losser.


Het ontstaan van het georganiseerde klootschieten in Losser, is mede te danken aan de oprichting van Lossers oudste nog bestaande sportvereniging de klootschietersvereniging Vooruit 1911 en voor een groot gedeelte ook toe te schrijven aan de industriële ontwikkeling die Twente de vorige eeuw heeft dol gemaakt. ( Vooruit 1911 bestaat al lang niet meer 27 mei 2004).Deze industriële ontwikkeling bracht niet alleen welvaart, maar was ook de oorzaak van een ware volksverhuizing. Tot 1850 lag het dorp Losser rustig en vredig in het Twentse landschap. Dit landschap werd gekenmerkt door wijde velden, sparrenbossen, koren essen heidevelden. Hier en daar stond nog een eik. Om de dorpstoren, die vermoedelijk gebouwd is in 1230 stonden wat kleine vervallen huisjes. Daar buiten lagen de boerderijen tot in de verre omtrek verspreid.
Groeikracht, handel en vertier waren woorden die men toen niet kende alles ging zo z'n eigen gang. Met de buitenwereld was men slechts verbonden door een slechte keienweg met Oldenzaal. In 1850 telde Losser ca 2000 inwoners. Tussen de nagenoeg gehele boeren bevolking zaten enkele arbeiders; dit waren wevers, die in hun achterhuizen de kost probeerden te verdienen op hun handbediende weefgetouwen. De waren die ze maakten werden door de fabrieken opgekocht. Eenvoudig was het leven en waren de bewoners, die van de buitenwereld niets meer vernamen, dan het beetje nieuws dat elke week in een blaadje aan huis bezorgd werd. In deze tijd moeten we ook de wedstrijden plaatsen, die het Voor en Achterdorpen later die van De Zoeke, Losser Esch en Oldenzaalsestraat onderling speelden. Het is dus haast vanzelfsprekend, dat bij uit daging wedstrijden jong en oud uitliepen om het spektakel mee te maken. Iedereen wilde erbij zijn en men had dan weer voor vele weken gesprekstof. Zo trok men in grote getale naar Drieland alwaar men sinds mensenheugenis deze wedstrijd had uitgevochten. De scheiding tussen het Voordorp en het Achterdorp was de dorpsbeek. Deze beek die dwars door het dorp liep, kwam losser binnenbij de splitsing Enschedesestraat Oldenzaalsestraat. Vervolgens liep de beek via de R. K. Kerk Aloysiusschool , Hervormde kerk, tussen hotel Smit en Holst door, langs het protestantse kerkhof om uiteindelijk bij 't Zandhoes in de Dinkel te stromen. Toen rond de eeuwwisseling in het aangrenzende, even over de landsgrens gelegen Gronau, textielfabrieken werden gebouwd, was het met de rust in het dorp gebeurd. In die tijd werd er veel geld verdiend, vandaar ook de voor die tijd hoge inzetten bij wedstrijden. Hier bleef het niet bij. Toen men in de kop van Overijssel deze berichten over veel werk en goed verdiensten hoorde kwam de stroom pas goed op gang.Tussen Losser en Gronau lag een uitgestrekt heideveld, boomloos, kaal en eenzaam. Karrensporen waren de enige verbinding met de enkele verspreid liggende boerderijtjes. Van dit uitgebreide heideveld is het Kolkersveld een overblijfsel, alhoewel de berken de laatste tijd wel de overhand krijgen. Maar een beetje goede wil kan men de karrensporen nog zien. Op deze heide vestigden zich de 'emigranten', Hieruit is na enige tijd Overdinkel ontstaan, maar ook Losser met z'n oorspronkelijke boerenbevolking veranderde veel van structuur en inhoud. Het aantal inwoners steeg drastisch en stroom aansluitingen waren bijna niet meer te krijgen. Buiten de kern van het dorp werden nu ook huizen gebouwd. Langzaam maar zeker ontstonden aan de Gronausestraat, die toen Lapdiek heette de buurtschappen Losser Esch en Zoeker Esch en het buurtschap de Oldenzaalsestraat.In de wintermaanden, bij voorkeur als de grond hard bevroren was, zocht men er en vond die in het houden van kloot schietwedstrijden. Maar het buurtschap was te klein om zich te meten met het Voordorp of het Achterdorp.Hierdoor gingen vele wedstrijden verloren, hetgeen natuurlijk moeilijk te verteren was omdat het in die tij d om geldprijzen ging, was het helemaal bitter. Van de nood werd een deugd gemaakt. Met de essen die ten zuiden van het dorp lagen werd het stuk grond aangeduid dat gelegen was aan de Gronausestraat vanaf café Lippinkhof (Scheer) tot aan woningen van bakker Wannink, de zogenaamde 'Wanninkswoningen' tegenover de textielfabriek van Heek. Daarbij hoorden tevens de woningen aan de Hogeweg en de Scholtinksstraat.De Losserse Esch liep van café Lippinkhof tot het huidige café Schorfhaar en de Zoeker Esch van café Schorfhaar tot Wannininkswoningen (Luismansweg). Onder leiding van de veuropschieters G. Middelhuis en K. Altena werden toen wedstrijden gespeeld. In die tijd werd met veuropschieter vaak de beste klootschieter die de buurt rijk was aangeduid. Vaak besliste hij tegen wie de uitdagingswedstrijd ging, onder welke voorwaarden er gespeeld werd, wie er meededen, enz. Bij veel wedstrijden werden de teamleden van een volgnummer voorzien, dat meteen krijtje op de kraag van de jas werd geschreven, zodat men tijdens de strijd de juiste volgorde kon aanhouden. Dit alles werd door de wedstrijdleiding streng gecontroleerd. Het stamcafé voor beide buurtschappen was het café van Wed. Breukers, dat de bijnaam van de waardin kreeg, n.l .Koenders - Trui. Dit café, dat later café Pit heette, lag naast het garagebedrijf Schorfhaar.
Of het nu na weer een verloren wedstrijd, of na een overwinningsfeest is geweest is niet meer na te gaan, maar het is wel zeker dat na een wedstrijd de klootschieters van beide essen de koppen bij elkaar staken en beide clubs samenvoegden.Vooral de beide veurop-schieters waren er grote voorstanders van.
Een naam was snel gevonden, dit werd Vooruit, op zich niet vreemd voor een buurtschap dat nog niet zo lang bestond. De mannen van het eerste uur waren: B. Zwaferink, K. Altena. H. Breuker, T, Post en E. Pieterson. Het was nu niet moeilijk meer om een snel team op de been te brengen en Vooruit liet snel van zich horen. Overwinningen op de Stroat, de Zoeke, de Beekhoek en het Achterveid (het latere Overdinkel) waren geen zeldzaamheid meer.
Bij een van deze wedstrijden viel ook het roemruchte schot van Teunis Post. Tijdens de wedstrijd had Vooruit een achterstand van een schot opgelopen, op de hard bevroren grond en ijsvlakten maakte Teunis zijn reputatie waar, met één schot zette hij de achterstand van een schot om in twee schoten voorsprong en stelde daarmee de overwinning van Vooruit veilig. Nog vele jaren werd in de Losserse klootschieterswereld over dit schot gesproken. Vele overwinningen werden bij Koenders-Trui gevierd. Ter gelegenheid van een van die feesten, die vaak door vioolmuziek van de heer Nijkerken, bijgenaamd de Fout, werden opgeluisterd, liet de waardin enkele bomen kappen om er een 'Stammtisch' en een 'klotenkastje' voor de Vooruitlui van te maken Op het kastje werd met sierletters door B. Zwaferink Vooruit 1911 geschilderd. Het kastje bleef tot ver in de jaren 50 in bezit van Vooruit, waarna het ongemerkt uit het gezichtsveld is verdwenen.
Er kwam ook een uithangbord waarop de wedstrijden van Vooruit werden aangekondigd Door het samengaan van beide essen moest men rekening houden met Vooruit. Dit bleef vele jaren zo. Toen in 1930 de vereniging Dorp Losser het levenslicht aanschouwde, moest Vooruit een stapje terug doen. Toch werden overwinningen op Vooruit groot gevierd, ja zelfs de courant kwam er aan te pas. Het volgende verscheen in de courant van 23 Maart 1930: 'n kloat van Losser bleef lopen, lopen zonder end. Hoe 't afieup da's os allemóal wal bekend. het Dorp dat ging strieken met 't geld, de eer en 6 schot. Doarmet was De Esch zoawat in eenmoal kapot, 'n zondag wil ze 't nog wier proberen met 25 man. Dan geet 't d'r op of d'r oonder, maar De Esch die moet eran.  Hoe deze wedstrijd is afgelopen is niet bekend. Wel staat vast, dat 64 jaar na dit bericht Vooruit nog springlevend is en de toekomst met vertrouwen tegemoet kan zien.

Een voor mij onbekend verhaal dat ik tegen kwam in het archief van Alwie Kortemijer.

Johan Effing.