De twist om het vaandel tussen Oldenzaal en Ootmarsum.

 

 

Met hoeveel enthousiasme heden ten dage in Twente het klootschieten ook beoefend wordt, het kan toch niet wedijveren met het geweldige elan waarmede men in vroegere jaren voor dit mooie spel vocht en ten velde trok. Er zijn thans nog verschillende bewijsstukken voorhanden, waaruit blijkt, dat het er bij deze wedstrijden niet altijd even zoetsappig toeging, zoals in de voorgaande regels terloops werd opgemerkt.

Een zeer vermaarde wedstrijd is wel die, welke gehouden werd op 27 jan. van het jaar 1747, tussen de steden Oldenzaal en Ootmarsum. Het vaandel dat Oldenzaal bij deze wedstrijd mede ten velde voerde, werd tenslotte een dankbare prooi van de Ootmarsumse bevolking in wiens bezit het zich heden ten dage nog bevindt, hetgeen nog steeds een twistappel vormt tussen deze beide stadjes.

In dat jaar daagden n.l. de Oldenzaalse klootschieters die van Ootmarsum uit het houden van een klootschietwedstrijd, welke uitdaging door de Ootmarsumse schieters gretig werd aangenomen. Er zou gestreden worden om een inzet van 80 dukaten en met de beste voornemens  trokken de Oldenzalers met hun Plechelmusbanier (St. Plechelmus is de beschermheilige van de stad) voorop naar het veld waar de wedstrijd gestreden zou worden. Tot hun niet geringe spijt en tegen hun verwachting in, moesten de Oldenzalers de vlag strijken voor de Ootmarsummers, wat tenslotte werd toegeschreven aan een van hun eigen schieters: een gepleegd verraad. Deze schieter was nl. een Ootmarsummer van geboorte, doch woonachtig in Oldenzaal en had verkering met een Ootmarsumse schone. Over dit z.g. verraad ontstond een twist, welke tenslotte een zo grote omvang aannam, dat er van beide zijden aan deelgenomen werd en het toneel van de vredige wedstrijd veranderde in een miniatuur slagveld, waaruit de Ootmarsummers zegevierend tevoorschijn kwamen en tevens het vaandel van Oldenzaal wisten te bemachtigen. Dit werd in triomf mee naar hun woonplaats gevoerd.  Dit vaandel werd bij het gemeentehuis te Ootmarsum in bewaring gegeven en sinds die tijd beschouwt de Ootmarsumse bevolking het als hun rechtmatig eigendom, terwijl de Oldenzalers hun dit bezit steeds betwisten als onrechtmatig verkregen.  Hoezeer de Oldenzalers op hun banier gesteld zijn blijkt wel uit het volgende. Jaren geleden werd te Ootmarsum een toneelstuk opgevoerd dat zinspeelde op de verovering van het vaandel op de Oldenzalers. Door hen werd het initiatief genomen tot het houden van een collecte om met de opbrengst hiervan hun banier van de Ootmarsumse burgerij te kopen De burgerij ging hier evenwel niet op in, zodat het toen ingezamelde geld maar besteed is voor het herstel van de defecte torenklokken te Oldenzaal.

Later werd het vaandel om bepaalde redenen in bewaring gegeven  bij de familie Creamer in Ootmarsum.

 

Naschrift.

Af en toen kan men over deze gebeurtenissen nog wat lezen in de pers.

Johan Effing.