Klootschieten een roemruchte sport.

 

Het was een historisch ogenblik toen drie roemrijke klootschieters verenigingen uit Losser in 2004 besloten te fuseren. Dinkeldorp Losser, Vooruit 1911 en De Stroat gaan verder onder de naam Klootschieters vereniging Kolkersveld Losser. Daarmee komt het aantal clubs dat deze al oude sport bedrijft in de gemeente op vier. Naast Kolkersveld zijn dat Java dat speelt op het eigen Java-veld, Vooruit Losser met de baan op het Wiggersveld en de kogelwerpvereniging Beuningen die gebruik maakt van de Bondsbaan in het kerkdorp. Klootschiet-historicus Johan Effing vermoedt dat de samenwerking onvermijdelijk was gezien het feit dat de belangstelling onder de jeugd voor de klootschietsport de laatste jaren enigszins te wensen overlaat en steeds meer oudere spelers noodgedwongen moeten afhaken. Niet alleen Kolkersveld merkt dat, ook Effing's eigen vereniging Vooruit Losser ondervindt het. Maar de problematiek is niet uniek voor de klootschieters. Ook andere vereniging moeten constateren dat de georganiseerde sport minder mensen aanspreekt in deze maatschappij waarin het individu centraal lijkt te staan. Kloatscheetn, dat vanuit het Twents vertaalt zowel op kogelwerpen als op klootschieten slaat, wordt tegenwoordig voornamelijk nog in het meest oostelijk deel van Nederland - met name Twente en de Gelderse Achterhoek - beoefend. Maar dat is niet altijd zo geweest. De sport behoort tot de oudste balspelen van ons land. Tussen de vijftiende en de zeventiende eeuw werd het overal in Nederland gespeeld. Als overblijfsel, naar de historici aannemen, van het oud Germaanse steenwerpen een oude sport dus, dat werpen met de kloot. Oud, vol legendarische verhalen en altijd aanleiding tot controverses. In de vijftiende eeuw bijvoorbeeld verbood het Amsterdamse stadsbestuur langs de vestingwallen het klootschieten te spelen, 'also der steden mueren daardoor beschadigd werden'. En ook uit Deventer en Naarden zijn verboden bekend. In 1711 stond de Duitse vorst Georg Albrecht het klootschieten niet langer toe vanwege het ermee gepaard gaande bovenmatig biergebruik. Dichter bij huis is de uit 1747 daterende ruzie tussen Ootmarsumse en Oldenzaalse klootschieters, waarbij de eersten de nog altijd in bet Ootmarsumse stadhuis aanwezige stadsbanier van de tegenstanders buit maakten, overbekend. Op dat conflict zijn er diverse gevolgd.

Kloatscheetn is voor de beoefenaars er van blijkbaar meer dan een spel of sport. Het gaat er met alleen om het sportieve genoegen te smaken de met lood verzwaarde houten bal zo ver mogelijk weg te gooien. De eer van een hele buurtschap is ermee gemoeid. En dat verklaart wellicht de emoties die met oude sport gepaard gaan.

Toen de (textiel) industrie in Twente opkwam, ontstonden rond 1900 de eerste officiële klootschietverenigingen. Velen kwamen voort uit de buurtschappen waar men door de eeuwen heen het klootschieten heeft beoefend. Na de Tweede Wereldoorlog kwam met de komst van asfaltwegen ook het straat en ronde schieten steeds meer op. De verenigingen formeerden zich tot afdelingen en met de oprichting van de Nederlandse Klootschieters Bond in 1967 werd het klootschieten gereglementeerd. Gelukkig heeft men veel ruimte gelaten voor de vele tradities die deze sport kent.

 

Losser

 

Het ontstaan van het georganiseerde klootschieten in Losser, is mede te danken aan de oprichting van Lossers oudste sportvereniging de klootschieters vereniging Vooruit 1911 en voor een groot gedeelte ook toe te schrijven aan de industriële ontwikkeling die Twente de vorige eeuw heeft door gemaakt. In 1850 telde Losser ca 2000 inwoners. Tussen de nagenoeg gehele boeren bevolking zaten enkele arbeiders; dit waren wevers, die in hun achterhuizen de kost probeerden te verdienen op hun handbediende weefgetouwen. De waren die ze maakten werden door de fabrieken opgekocht. Eenvoudig was het leven en waren bewoners, die van de buitenwereld niets meer vernamen, dan het beetje nieuws dat elke week in een blaadje aan huis bezorgt werd. In deze tijd moeten we ook de wedstrijden plaatsen, die het Voor en Achterdorpen later die van De Zoeke, Losser Esch en Oldenzaalsestraat onderling speelden. Het is dus haast vanzelfsprekend, dat bij uitdagings wedstrijden jong en oud uitliepen om het spektakel mee te maken. Iedereen wilde erbij zijn en men had dan weer voor vele weken gesprekstof.

 

Afscheidingen

 

Het was zelden rustig in de klootschieters wereld. De controverses liepen regelmatig zo hoog op, dat zij culmineerden in enkele afscheidingen. Een cruciale rol daarbij is steeds weggelegd voor Losser. Drie keer, in 1952, 1959 en in 1967 maakten Losserse verenigingen zich los uit de moederbond en gingen samen in de Losserse Klootschieters Federatie (LKF) verder. Aanleiding voor de eerste afscheiding was een Duits bezoek. Twee leden van het bestuur werden buiten een besluit van een deel van het hoofdbestuur gehouden om het Duitse bezoek geen doorgang te laten vinden. Toen deze daar lucht van kregen sloeg de vlam in de pan. Het bestuur reageerde daarop met het royeren van de club Dorp Losser en een van de bestuursleden. Gevolg was dat de meeste clubs uit Losser in 1952 zich afscheidden en de Losserse Klootschieters Federatie (LKF) oprichten. Alleen Vooruit Losser, bleef de TKB trouw. Een ingrijpende scheuring deed zich in 1967 voor. Al eerder, in het begin van de jaren zestig verzwakten de contacten tussen Noord Twente en Zuid Twente. Met als gevolg, dat de werptechnieken ook steeds meer uiteen gingen lopen. Maar een bijzondere gebeurtenis zorgde er voor, dat in 1967 sprake was van een echt schisma. Aanleiding was een wedstrijd tussen Vooruit Losser en 'De Toekomst'. Inzet was het al dan met op de hoogte zijn van het royement van Vooruit Losser lid M. Zwaferink. Deze was echter tijdens de wedstrijd wel aanwezig en dat was reden voor De Toekomst de strijd te staken, zij het pas toen de ploeg in verloren positie stond. Het NKB hoofdbestuur gaf de twee punten vervolgens aan Vooruit Losser. De afdeling Losser op haar beurt verweet het hoofdbestuur het royement besluit te negeren. Het gevolg was, dat de zes Losserse klootschietverenigingen: Dorp Losser, Dinkeldorp, Vooruit 1911, De Stroat, Java en De Toekomst op l5.april 1967 uit de TKB traden. Zij verenigden zich weer onder de vroegere naam Losserse Klootschieters Federatie, deze groeide in de loop der jaren en na aansluiting van andere oostelijke klootschieters uit tot de Nederlandse Klootschieters Bond.

 

Kogelwerpen

 

Om de naamsverandering nog groter te maken: De Twentse Klootschieters Bond nam nadat de Losserse verenigingen zich hadden afgescheiden, al in september 1967 de naam van Nederlandse Klootschieters Bond aan. Om erkenning als sporters te krijgen werd aansluiting gezocht bij de Koninklljke Nederlandse Atletiek Unie. Op verzoek van de KNAU, hoewel die organisatie dat niet als eis stelde, werd de naam in juni 1970 gewijzigd in Nederlandse Kogelwerpers Bond. Dertien van de zeventien aangesloten verenigingen stemden daar voor. De naamswijziging mag dan wel niet de doorslag hebben geven bij de verwijdering tussen kogelwerpers en klootschieters, sommige klootschieters blijven het loslaten van de oude naam als verraad aan de traditie beschouwen. De kogelwerpers tillen niet zo zwaar aan de naam. Zij wijzen er op de naam kogelwerpen alleen maar te hanteren voor 'Nederlands gebruik' . Binnen Twente zijn ze hun sport gewoon kloatscheetn blijven noemen. Het gezonde verstand kreeg uiteindelijk toch weer de overhand. De eerste twee serieuze pogingen om een verzoening tussen klootschieters en kogelwerpers tot stand te brengen mislukten. In 1969 bleek het oud zeer nog niet oud genoeg om vergeten te kunnen worden. Geen van belde partijen wilde concessies doen. In 1976 strandde een nieuwe poging omdat naamgeving en werptechniek onoverkomelijke barrières vormden. De derde toenadering waartoe in 1982 een aanzet gegeven werd, slaagde na een lange aanloop. Twee Twentse burgemeesters, drs.C.A.Smal van Tubbergen als president van de klootschieters en drs. G.J.C.A.Nillesen van Oldenzaal als erevoorzitter van de kogelwerpers, speelden daarbij een belangrijke rol. Veel oud zeer niet alles, zoals uit latere reacties bleek, werd uitgepraat in een grievenboek, opgesteld door vertegenwoordigers van beide bonden. De perikelen van de laatste scheiding kunnen volgens dat boek niet los gezien worden van persoonlijke vetes tussen diverse mensen uit Losser en Oldenzaal. De uiteindelijke conclusie luidde, dal het conflict nimmer tot een breuk had mogen leiden. En daarmee was meteen de basis gelegd voor klootschieters en kogelwerpers om te proberen tot een vorm van samenwerking te komen, met behoud van de eigen identiteit. Op 23 februari,1988 besloten beide bonden (in aparte vergaderingen, dal wel) de Federatie van klootschieters en kogelwerpers op te richten. Pikant detail: Bij de klootschieters waren vijf tegenstemmers, allen uit Losser. Officieel ging de Federatie l juni 1989 van start. Met een looptijd vijf jaar. Om niets overhaast te doen, want twintig jaar donderij is niet in een dag vergeten. Het korstje op de helende wond is nog broos. Wat er na de vijf jaren gebeurt, is nog ongewis, maar er lopen schietende en werpende lieden rond, die het woord fusie al eens hebben uitgesproken.

Een echte sport

Winst van het begraven van de strijd bijl is, dal de sport ermee gediend is. De jeugd begreep vaak toch al niet hoe het nu precies zat met al die tegenstellingen. Zij willen serieus hun sport beoefenen. Want een echte sport is het klootschieten inmiddels geworden. Met bloeiende damesafdelingen en goede internationale kontakten. De kogelwerpbond publiceerde in 1980 een beschrijving van het losse onderarmse kloatscheetn onder de titel ‘Kogelwerpen ook uw sport’ Het boekje is special voor de Ierse collega’s in het Engels vertaald. De Nederlandse Kogelwerpbond beschikt over koninklijk goedgekeurde statuten, die in 1976 door de toenmalige koningin Juliana ondertekend werden en over een koninklijke erepenning, die door koningin Beatrix is uitgegeven ter gelegenheid van her vijftig jarig bestaan. Met het tot stand komen van de federatie trad de Kogelwerpbond, die tot dan aangesloten was bij de KNAU, toe tot de Nederlandse Sport Federatie (NSD), waarvan de klootschieters al lid waren. Alle reden dus om gezamenlijk een sport overeind te houden, die nieuw leven werd ingeblazen door enkele grote mannen, waar van de namen nog steeds met respect worden uitgesproken en waarvoor zelfs eretekens zijn opgericht.

Klootschieters monument in Losser

 

Vrij kort na de Tweede Wereldoorlog werd het plan opgevat om voor de in de oorlog omgekomen klootschieters een gedenkteken te plaatsen. Initiatiefnemers waren de heer  B. Zwaferink enkele anderen uit Losser. Er werden ontwerpen gemaakt en er werd naar een goede standplaats gezocht. Omdat het twee leden waren van de klootschieters vereniging Dorp Losser die waren omgekomen, namelijk de heren Franz Benneker en Jan Stegge, kwam als plaats voor het gedenkteken het zogenaamde Oranjeplein als eerste in aanmerking. Het Oranje plein was het driehoekig plein, waar de Scholtingstraat en Lutterstraat samen kwamen. Het werd zo genoemd omdat in 1937, bij het huwelijk van prinses Juliana hierdoor het Oranje comité een lindeboom werd geplant, een zogenaamde oranjeboom. Deze plaats leek voor het doel geschikt doch het ontwerp voor een gedenksteen keurde de commissie voor oorlogsgedenktekens in Zwolle af. Na een bespreking daar, waar nieuwe voorstellen werden besproken voor een ontwerp goed gekeurd en kon met de uitvoering worden begonnen.Het monument is in 1960 ongeveer 50 meter verplaatst n is geheel opgetrokken van zogenaamde zwerfstenen. De grootste steen waarin tekst en de namen zijn gebeiteld is een geschenk van de heer Jan Dijkhuis. Deze steen werd gevonden in de Glanerbeek te Losser aan de overkant van het woonhuis van de heer Dijkhuis.

Bron: Wegwijzer gemeente Losser. En met toestemming overgenomen.

Johan Effing.