Zestig jaar georganiseerd kloatscheetn in Twente.

 

Kloatscheetn,dat vanuit het Twente vertaald zowel op kogelwerpen als op klootschieten slaat,wordt tegenwoordig voornamelijk nog in het meest oostelijk deel van ons land beoefend. Maar dat is niet altijd zo geweest. De sport behoort tot de oudste balspelen van ons land.Tussen de vijftiénde en de zeventiende eeuw werd het overal gespeeld. Als overblijfsel ,naar de historici aannemen,van het oud Germaanse steenwerpen. Dat dichters zich door het spel lieten inspireren is een aanwijzing voor de reikwijdte ervan.

 

     Al in 1390 rijmde ene Junius Ampzing:

 

     'te spelen op de baan, met py1.cloot of bal,

     Een yder naer syn lust en naer syn welgeval‛

     En zelfs de dichter-des vaderlands,Joost van den Vondel liet zich niet onbetuigd:

    'Een kloot soo uytter handt of uytter vuyst geschoten,

    't beurt zelden ofte sal zich hier of daer aen stooten

    t‛Gunt min of meer of heel syn snellen voort-gank stuyt,

    Ook geen soo effen baan of loopt ten lesten uyt’.

 

  Legendes en controverses.

Een oude sport dus, dat werpen met de kloot.Oud ,vol legendarische verhalen en altijd aanleiding gegeven hebbend tot controverses.

In de vijftiende eeuw bijvoorbeeld verbood het Amsterdamse stadsbestuur langs de vestingwallen het klootschieten te spelen,

also der steden mue- ren daardoor beschadigd werden'.

En ook uit Deventer en Naarden zijn verboden bekend .In 1711 stond de Duitse vorst Georg Albrecht het klootschieten niet langer toe vanwege het ermee gepaard gaande bovenmatig biergebruik . Dichter bij huis is de uit 1747 daterende ruzie tussen Ootmarsumse en Oldenzaalse klootschieters, waarbij de eersten de nog altijd in het Ootmarsumse stadhuis aanwezige stadsbanier van de tegenstanders buit maakten,overbekend .Op dat conflict zijn er diverse gevolgd .Want de Twentse taal kent het gezegde,

 ' Biet kloatscheetn wil der aait wean  natuurlijk niet voor niets′.

Kloatscheetn is voor de beoefenaars er van blijkbaar meer dan een spel of sport . Het gaat er niet alleen om het sportieve genoegen te smaken de met lood verzwaarde houten bal zo ver mogelijk weg te gooien. De eer van een hele buutschap is ermee gemoeid.

En dat verklaart wellicht de emoties die de oude sport altijd begeleid hebben.

 

  De Dree Dieksen.

                                    

De historie van de Nederlandse Kogelwerpers Bond heeft er tal van voor beelden van. Zestig jaar bestaat die bond nu.

Want het werpen met de kloot mag dan oud zijn ,in georganiseerde vorm heeft het spel met zes decennia

achter de rug. Daarvoor was het vooral een sport tussen buurtschappen, die elkaar uitdaagden, door middel van het ophangen van de kloot.

 De bekendste uitdaging uit de klootschiet historie was er overigens een van een andere aard.

Rossum kende in de jaren tachtig van de vorige eeuw een vermaard klootschietend drietal, dat zich onverslaanbaar achtte en via prikkelende

advertenties in de Oldenzaalse Courant tegenstanders zocht.    'Nog nooit den strijd verloren'

De gebroeders Stegge en Maseland uit Rossum dagen binnen den kring van acht uur gaans drie andere schutters uit tot den strijd op den loodkloot'.

Die tegenstanders werden gevonden In Tubbergen. Met Hollinks Dieks, Beks Dieks en Lutke Dieks werd een tegenpartij geformeerd,

waarin de Rossumers uiteindelijk na een heroïsche strijd hun meerdere vonden. Maar de Dree Dieksen vormden op een later tijdstip in de geschiedenis het draaipunt tussen de oude vrijblijvende en de nieuwe georganiseerde klootschieterswereld.

' Het was de rechten in de klootschietsleer′  in het begin van deze eeuw een doorn in het oog,dat de 'rekkelijkheid' terrein won

.De aloude volkssport dreigde te verloederen .Met de meest oneigenlijke werpmethoden werden kloten in de meest bizarre vormen over enorme afstanden gesmeten.  Om te laten zien hoe de sport volgens de traditie in elkaar stak, speelden de Dree Dieksen in het midden van de jaren twintig, veertig jaar na hun spraakmakende overwinning, op de leeftijd van rond de zeventig jaar opnieuw twee wedstrijden tegen hun vroegere tegenstanders.Weliswaar werd nu belde keren verloren ,maar de aanzet voor een nieuwe klootschietelan was gegeven.

 

In het tijdschrift' Van eigen erf′ formuleerde verslaggever W.K.dat aldus:  Boeren mensen zijn over het algemeen gemoedelijke mensen,maar als het  klootschieten gaat dan staat men werkelijk soms radeloos. We hebben evenwel goede hoop,dat we door het organiseren van deze wedstrijden,de aloude sport weer fris en nieuw leven inblazen.

                                                                                                                                                                                                      

Voorwaar een aardig tijdverdrijf .

Tot oefening van koude leden,

Men ziet er vaak een groot getal.

 Die met elkaar een wedde maken.

 Wie eerst met zijn kloot of bal

Het vastgestelde perk kan raken;

 Zoo dat de kloot geworpen wordt

Met snelle vuydten,vaste trede

 Totdat hij eens ter neder stort

En rolt een grote reeks van schreden.

 Men loopt en rent dien kloot vast mee.

 En denkt op voordeel ofte schae.

 

 

Diverse afscheidingen.

 

De Nederlandse Kogelwerpers Bond hanteert de uitgangspunten van toen tot

de dag van vandaag. Als brug over een periode, die gerust roerig genoemd mag worden, zeker wat betreft het tijdsbestek tussen 1950 en 1970.

Want de controverses binnen klootschietend Twente liepen zo hoog op,dat

zij culmineerden.  In enkele afscheidingen. Een cruciale rol daarbij is steeds weggelegd geweest voor Losser.

Drie keer,in 1952,1959 en in 1967 maakten Losserse verenigingen zich los uit de moederbond en gingen samen

 in de Losserse Klootschieters Federatie  (LKF).  Aanleiding voor de eerste afscheiding was een Duits bezoek.Twee  leden van het bestuur werden buiten een besluit van een deel van het hoofdbestuur dat daar  mee een eerder genomen beslissing negeerde gehouden om het Duitse bezoek geen doorgang te laten vinden. Toen deze daar lucht van kregen sloeg de vlam in de pan. Het bestuur reageerde daarop met het royeren van de club Dorp Losser en een van de bestuursleden. Gevolg was dat de meeste clubs uit Losser in 1952 zich afscheidden en de Losserse Klootschieters Federatie (LKP\F)oprichten. Alleen Vooruit Losser, de club van bondsvoorzitter Zwaferink,bleef de TKB trouw.

De ingrijpende scheuring deed zich in 1967 voor. Al eerder ,in het begin van de jaren zestig verzwakten de contacten tussen Noord Twente en Zuid Twente. Met als gevolg, dat de werptechnieken ook steeds meer uiteen gingen lopen. Maar een triviale gebeurtenis zorgde er voor,dat in 1967 sprake was van een echt schisma.Tot op de dag van vandaag wordt de oorzaak verschillend beoordeeld.

Aanleiding was In leder geval een wedstrijd tussen Vooruit Losser en 'De Toekomst' .Een inzet was het al dan niet op de hoogte zijn van het royement van Vooruit Losser lid M.Zwaferink. Deze was echter tijdens de wedstrijd wel aanwezig en dat was reden voor De Toekomst de strijd te staken ,zij het  pas toen de ploeg in verloren positie stond.

Het NKB hoofdbestuur gaf de twee punten vervolgens aan Vooruit Losser. De afdeling Losser op haar beurt verweet het hoofdbestuur het royement besluit te negeren. Het probleem werd niet opgelost. De verwijten gingen over en weer. Het gevolg was, dat de zes Losserse kloot schietverenigingen: Dorp Losser, Dinkeldorp, Vooruit 1911,De Stroat, Jaya en De Toekomst op 15.april 1967 uit de TKB traden. Zij verenigden zich weer onder de vroegere naam Losserse  Klootschieters Federatie, deze groeide in de loop der jaren en na aansluiting van andere oostelijke klootschieters uit tot de Nederlandse Klootschieters Bond ging noemen.

Om de naamsverandering nog groter te maken: De Twentse Klootschieters Bond nam nadat de Losserse verenigingen zich hadden afgescheiden, al in sept. 1967 de naam van Nederlandse Klootschieters Bond aan ,om erkenning als sporters te krijgen werd aansluiting gezocht bij de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. Op verzoek van de KNAU, hoewel die organisatie dat niet als eis stelde

,werd de naam In juni 1970 gewijzigd in Nederlandse Kogelwerpers Bond. Dertien van de zeventien aangesloten verenigingen stemden daar voor. De naamswijziging mag dan wel niet de doorslag hebben geven bij de verwijdering tussen kogelwerpers en klootschieters,

sommige klootschieters blijven het loslaten van de oude naam als verraad aan de traditie beschouwen.De kogelwerpers tillen niet zo zwaar aan de naam. Zij wijzen erop de naam kogelwerpen alleen maar te hanteren voor 'Nederlands gebruik'

Binnen Twente zijn ze hun sport gewoon kloatscheetn blijven noemen.

De naam zegt de huidige NKB-voorzitter J.Mollink uit Rossum,komt bij ons op de laatste plaats.

De zuiverheid van de techniek staat voorop. Vorming van Federatie.  De huidige bestuurders van de kogelwerpbond erkennen bij een terugblik

bij gelegenheid van het zestigjarig bestaan, dat er te veel is mis gegaan in die periode 1950-197.Het zijn voorbeelden geweest van hoe mensen niet met elkaar om moeten gaan zeggen ze nu onomwonden. Het gezond verstand kreeg uiteindelijk ook weer de overhand.

De eerste twee serieuze pogingen om een verzoening tussen klootschieters en kogelwerpers tot stand te brengen mislukten.

In 1969 bleek het oud zeer nog niet oud genoeg om vergeten te kunnen worden. Geen van belde partijen wilde concessies doen.

In 1976 strandde een nieuwe poging omdat naamgeving en werptechniek onoverkomelijke barriĕres vormden.

De derde toenadering waartoe in 1982 een aanzet gegeven werd, slaagde na een lange aanloop.Twee Twentse burgemeesters,drs.C.A.Smal van Tubbergen als president van de klootschieters en drs.G.J.C.A.Nillesen van Oldenzaal als erevoorzitter van de kogelwerpers,speelden daarbij een belangrijke rol. Veel oud zeer niet alles,zoals uit latere reacties bleek, werd uitgepraat in een grievenboek,opgesteld door vertegenwoordigers van beide bonden.

De perikelen van de laatste scheiding kunnen volgens dat boek niet los gezien worden van persoonlijke vetes ruisen diverse mensen uit Losser en Oldenzaal. De uiteindelijke conclusie luidde, dat het conflict nimmer tot een breuk had mogen leiden. En daarmee was meteen de basis gelegd voor klootschieters en kogelwerpers om te proberen tot een vorm van samenwerking te komen, met behoud van de eigen indentiteit.

Op 23 februari,1988 besloten belde bonden(in aparte vergaderingen,dat wel)de Federatie van klootschieters en kogelwerpers op te richten. Saillant detail: Bij de klootschieters waren vijf tegenstemmers, allen uit Losser. Officieel ging de Federatie 1 jani1989 van start .Met een looptijd vijf jaar om niets overhaast te doen, want twintig jaar'Donderij' is niet in een dag vergeten.

Het korstje op de helende wond Is nog broos. Wat er na de vijf jaren gebeurt, is nog ongewis, maar er lopen schietende en werpende lieden rond, die het woord fusie al eens hebben uitgesproken.

 

Een echte sport.

 

Winst van het begraven van de strijdbijl is, dat de sport ermee gediend is .De jeugd begreep vaak toch al niet hoe het nu precies zat met al die tegenstellingen. Zij willen serieus hun sport beoefenen. Want een echte sport is het klootschieten inmiddels geworden.

Met bloeiende damesafdelingen en goede internationale contacten. De kogelwerpbond publiceerde in 1980 een beschrijving van het losse onder armse kloatscheetn onder de titel 'Kogelwerpen ook uw sport' Het boekje is special voor de lerse  collega's in het Engels vertaald.

De Nederlandse Kogelwerpbond beschikt over koninklijk goedgekeurde sta tuten,

die in 1976 door de toenmalige koningin Juliana ondertekend werden en over een koninklijke erepenning, die door koningin Beatrix is uitgegeven ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan.

Met het tot stand komen van de federatie trad de kogelwerpbond,die tot dan aangesloten was bij de KNAU, toe tot de Nederlandse Sport Federatie (NSD), waarvan de klootschieters al lid waren.  Alle reden dus om gezamenlijk een sport overeind te houden,die nieuw

leven werd ingeblazen door enkele grote mannen, waarvan de namen nog steeds met respect worden uitgesproken en waarvoor zelfs eretekens zijn opgericht.

 

J.B. Zwaferink bijvoorbeeld. Hij heeft zijn gedenksteen op de Haarleheide in Reutum.

 Met de tekst 'Oons aller kloatschectersvreend Joh. Bern. Zwaferink. Veurzitter Twentsen Klaotschectersboond 1932-1959.

Lewt en stred'n veur t aole spel'.

 

Of G.J. Luttikhuis, aan wie ook al in Reutum op een zwerfkel de tekst is opgedragen: 'G.J. Luttikhuis 1901-1969.

 Dit stuk heed was hem leef.

 Hee zorgn dat het bier bleef.

 Um 't oale spel oet 't gries verledd'n

, wus hee het vuur Twente te redd'n'.

 

En natuurlijk G.J. Hollink.

Hij kreeg in de Oldenzaalse wijk Zuid Berghuizen 1968 zijn gedenkteken, vervaardigd door kunstenaar Jan Kip, met de krachtige,

alleszeggende tekst: 'Kloatscheet'n was hem alles'.

 

Hun pionierswerk heeft ervoor gezorgd, dat zestig jaren na de start van de eigen organisatievorm met recht  om het dichterlijke van het begin nog even vast te houden - geconstateerd kan worden: hee löp nog.

 

 

Uit het archief van Johan Effing.