Een leven vol zon wind en regen.          

Op plaatje klikken voor een vergroting.

 

( Hier kunt u het verhaal lezen dat op zondag 11 juli 2004 in de Twentsche Courant op zondag heeft gestaan.

Dit artikel is geschreven naar aanleiding dat ik op zaterdag 29 mei 2004 tot erelid ben benoemd van de

Vereniging voor Weerkunde en Klimaat. Met de journalist heb ik enkele uren zitten kletsen.

Jammer dat ik er niet aan gedacht heb om hem te vragen eens iets te schrijven over de

weersomstandigheden tijdens de vuurwerk ramp in Enschede. Dit is nog steeds niet goed in het nieuws gekomen.

Hierover kunt u elders op deze site ook een paginavinden. Aan het slot van het interview werd mij gevraagd

om een voorspelling te doen voor de zomer van 2004. Hoe gevaarlijk het is om dit te doen heb ik moeten ervaren.

Vooral voor augustus kwam deze gok niet helemaal uit.)

 

Regen en wind, zon en wolken. Kortom weer. Johan Effing uit Losser heeft er
altijd iets mee gehad. Al een halve eeuw is-ie actief als weeramateur. Z'n
computer bevat een schat aan gegevens over het weer sinds 1867. Vraag hem de
maximumtemperatuur van 18 augustus 1959 en hij lepelt het totale weerbeeld
van die dag, de dagen ervoor en die erna op. 'Je geboortedag zeker! Dan zal
je moeder je wel verteld hebben dat het erg warm was in die dagen.


LOSSER - Onder collega-weeramateurs staat-ie in hoog aanzien. En daar niet
alleen. Ook bij de professionals van het KNMI en Meteo Consult wordt de naam
van Johan Effing - 69 inmiddels - gekend en met respect uitgesproken. Binnen
z'n eigen kring, de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie, werd hij
onlangs benoemd tot erelid; een eer die tot nog toe aan slechts drie
officiŽle meteorologen - onder wie voormalig KNMI-directeur wijlen Herman
Bijvoet - ten deel viel. 'Johan heeft dat verdiend', vindt Harrie Geurts,
woordvoerder
van het KNMI.


Thuis, op het terras achter zijn woning in Losser, toont Effing zich een
typische telg van de plaatselijke gemeenschap. Een zoon van Losser, die,
zoals een Lossernaar betaamt volgens het aloude gezegde 'Komt uit Losser,
weet
van niks!' van niets zegt te weten. Een verdiende eer, dat
erelidmaatschap!? 'Sie zegt 't', antwoordt hij. Maar Harrie Geurts in De
Bilt wil er wel wat meer over kwijt. 'Johan', zegt hij, 'weet heel veel van
weer en heeft het weer doorleefd. Hij bezit daarnaast een bijzondere neus
voor weersverschijnselen en weet deze door zijn jarenlange ervaring ook te
plaatsen. Verder heeft hij een enorme berg historische gegevens over het
weer ontsloten en - met behulp van het internet - voor iedereen toegankelijk
gemaakt. Hij heeft het weer als geen ander dichtbij de mensen gebracht.'
In Losser blijft het gezicht van Johan Effing op 'het zal wel staan' staan.
Maar dat hij iets met weer heeft, dat staat uiteraard ook voor de voormalig
stukadoor wel vast. 't Is een relatie die al op heel jonge leeftijd begon.
'Waar het vandaan komt? Och, het zal wel in mijn genen zitten. Een broer van
mijn grootvader van moederskant - ik heb hem nooit gekend - schijnt ook
altijd met weer bezig te zijn geweest...' Als zesjarige jongen stond-ie
thuis al op de barometer te kijken. Door de jaren heen groeide de
belangstelling voor het weer in al z'n facetten. Belangstelling die nog eens
extra werd gevoed door extremen, zoals die barre winter van 1946-1947.
'Afgezien van een korte dooiperiode vroor het van 12 december tot half
maart. Hoge druk boven Rusland en ScandinaviŽ, lage druk boven Het Kanaal en
in de Golf van Biskaje. Elke dag een harde oostenwind', somt hij op. Sinds
1956 noemt Effing zich weeramateur, sedert drie decennia staat hij bovendien
als vrijwillig waarnemer voor de officiŽle weerinstanties te boek.
Het is in de loop der jaren een vaste gewoonte geworden: elke dag maar weer
meten, op gezette tijden: windrichting en -snelheid, luchtdruk en
luchtvochtigheid, temperatuur en neerslag. Met grote discipline en uiterst
nauwgezet. 'Anders hou je jezelf en anderen voor de gek.' Een vaste gewoonte
met vaste rituelen. Zoals de gang met de keukentrap naar de regenmeter op
het platte dak van zijn schuurtje. En altijd weer verdwijnt het water uit de
regenmeter, nadat de score is afgelezen en genoteerd, met een mooie straal
in de bak met afwaswater, waarmee zijn vrouw Elfriede de vaat staat te
doen...
Voor de leek lijken die gegevens betrekkelijk snel qua waarde in te boeten.
Voor Effing niet. 'Want', zo stelt hij, 'als de geschiedenis zich ergens
herhaalt, dan is dat wel in het weer. Bepaalde patronen komen telkens terug;
daardoor
zijn statistische gegevens razend belangrijk voor de
weersvoorspelling. Iedere meteoroloog zou de cijfers van het verleden moeten
kennen.'
Trouwens, wat betreft die weersvoorspellingen: ze zijn - beweert Effing -
vandaag de dag een stuk betrouwbaarder dan in het verleden. Het gevolg van
de intrede van moderne hulpmiddelen als computer en weerradar. 'Ja, op zich
zou dat de kick van het weeramateur-zijn moeten vergroten, maar eerlijk
gezegd vind ik dat het ook ten koste is gegaan van de spanning en de
spontaniteit in ons 'vak'. 't Is ook wel eens leuk om 's morgens wakker te
worden bij een flink vorst, die je 's avonds nog niet zag aankomen. Trouwens
die hele ontwikkeling heeft weer ook tot een product gemaakt dat door
meteorologische bureaus voor allerlei doeleinden wordt verkocht. Eigenlijk
vind ik dat wel jammer.'
Effing mag het Nederlandse weer dan in al zijn facetten kennen en herkennen,
het
wil niet zeggen dat hij zijn ontzag voor sommige weerverschijnselen in
de loop der jaren kwijt is geraakt. Een flinke onweersbui, die boezemt ook
bij Johan Effing ontzag in. En dat is niet alleen het gevolg van het feit
dat hij enkele jaren geleden zijn weerstation door een blikseminslag
vernield zag worden en hijzelf even op apegapen lag omdat hij op het moment
van de inslag de stekker van de computer uit het stopcontact trok. En als
het dan toch over extreme weersverschijnselen gaat. Uit al die jaren is hem
de novemberstorm van 1973 nog het meest bijgebleven. 'De dakpannen vlogen
hier door de straat. Onvoorstelbaar, wat een kracht!'
Tenslotte: ondanks die jarenlange ervaring met weer en weersvoorspelling,
ondanks
alle kennis en moderne hulpmiddelen, soms, heel soms ziet ook een
weeramateur wel eens iets niet aankomen. Nog niet zo lang geleden stapte hij
op zijn fiets, zonder jas. 'Omdat ik dacht dat het wel droog zou blijven,
mooi
dat ik kletsnat terugkeerde...'
 
 
Weeramateur Johan Effing laat er geen misverstand over bestaan: het wordt
niks met de zomer van 2004. Althans, zo stelt hij, alles wijst daar op. Niet
alleen de weerkaarten voor de komende, tien tot twintig dagen, ook de
statistische gegevens uit het verleden. Het belangrijkste signaal voor
Effing: de droge en warme zomer van vorig jaar. 'Daardoor is het weer dit
jaar van de kook geraakt. En het lijkt me eerlijk gezegd niet meer goed te
komen. Over ongeveer een week beginnen de Hondsdagen. Die duren tot 20
augustus. En zoals het weer is, als de Hondsdagen beginnen, zo is het weer
ook, wanneer de Hondsdagen eindigen. De weerspreuk die datzelfde zegt is
vroeger niet voor niets bedacht', zegt Effing.
De Losserse weeramateur baseert zijn verwachting echter vooral op
historische gegevens van het weer in Nederland. 'Er bestaan grafieken vanaf
het jaar 700. Als je die bekijkt dat zie je dat het weer na een warme hete
zomer altijd van de kook is. Soms wel een aantal jaren lang. Neem
bijvoorbeeld begin jaren zestig. Toen hebben we te maken gehad met een paar
opeenvolgende slechte zomers. Die werden voorafgegaan door de warme hete
zomer van 1959. In al die jaren na 700 is het - rond 1860 - maar een keer
voorgekomen dat zich twee warme hete zomers direct na elkaar voordeden',
geeft
Effing aan.
Natuurlijk kent hij de verhalen dat een slecht juni en julimaand gevolgd kan
worden door een zonnig augustus. Maar ook daarop is dit jaar weinig kans,
beweert
de Lossernaar. 'We hebben dat in bijvoorbeeld 1975 en 1996
meegemaakt. Maar let wel: aan die twee jaren ging geen jaar met een warme
droge zomer vooraf. Weet je, altijd weer zoekt de natuur naar evenwicht. En
ook nu weer zie je dat gebeuren...'