In deze map staan artikelen over het broeikas effect die ik hier en daar tegenkom. Nu de klimaat verandering volop aan de gang is lijkt het interessant om dit op deze pagina eens voor een langere tijd bij te houden. Dit is een artikel dat in Elsevier weekblad heeft gestaan en dat ik tegen kwam op het forum van Weeronline. Johan Effing.

 

Af en toe verschijnen berichten die de opwarming van de aarde in een totaal ander licht plaatsen en al die doemscenario’s over het broeikaseffect in twijfel trekken. Deze week las ik in weekblad Elsevier een dergelijk artikel. k heb zelf geen goed zicht op de opwarming en of deze veroorzaakt wordt door de mens, noch heb ik enig inzicht in de apocalyptische taferelen die niet zelden met het versterkte broeikaseffect in het vooruitzicht worden gesteld. Ik citeer nu enkele opmerkingen uit het genoemde artikel van Simon Rozendaal uit Elsevier die ik wel aardig vond. In het jaar 2000 publiceerden Zwitserse en Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift “Science” een studie van oude boomringen. Aan de dikte daarvan is af te lezen hoe warm of koud het in een bepaald jaar was. Naarmate het in een jaar warmer is, dijt een boom meer uit. De desbetreffende onderzoekers waren in staat om op basis van veertien lokaties op het noordelijk halfrond een chronologie van 800 tot 1990 op te bouwen. Welnu, er blijkt inderdaad een Kleine IJstijd te hebben bestaan, en ook zijn de Middeleeuwen wel degelijk warm geweest. Volgens de onderzoekers was de warmste periode het interval tussen 950 en 1045, met een piek rond 990. Dat is intrigerend omdat de huidige warme tijd doorgaans wordt afgezet tegen de afgelopen duizend jaar. Daardoor wordt het warmste deel van de middeleeuwen dus buiten beschouwing gelaten. Onlangs werd een nieuwe studie bekend van het Amerikaanse Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, waarin ruim 240 klimaatonderzoeken zijn gebundeld.Opnieuw springen de warme Middeleeuwen en de Kleine IJstijd er duidelijk uit. Tussen de negende en de veertiende eeuw was de gemiddelde temperatuur op aarde aanzienlijk hoger dan nu, en tussen 1300 en 1900 was het een stuk kouder dan nu. Eén van de onderzoekers, astrofysicus Sallie Baliunas, stelt: “Al heel lang zijn onderzoekers in het bezit van anekdotische bewijzen die het bestaan van klimaatextremen ondersteunen. Zo vestigden de Vikingen aan het begin van het tweede millennium kolonies op Groenland, die aan hun einde kwamen toen enkele honderden jaren later het klimaat almaar kouder werd. In Engeland floreerden wijngaarden gedurende de Middeleeuwse Warme Periode. Nu hebben we stapels bewijzen om deze culturele indicaties te staven”. Vervolgens wordt de huidige opwarming in een veel geruststellender perspectief geplaatst. In de eerste plaats maken we nu geen uitzonderlijk warme periode door: Het was duizend jaar geleden ongeveer twee graden warmer. In de tweede plaats hoeft de huidige temperatuurstijging niet door het broeikaseffect te komen, maar kan ze ook worden gezien als een natuurlijke reactie op de Kleine IJstijd, een soort terugveren. Daarnaast klopt de claim van de milieubeweging en veel klimaatwetenschappers niet dat de planeet en de mensheid niet gewend zouden zijn aan heel snelle temperatuurveranderingen: In de afgelopen duizend jaar gebeurde al eerder iets dergelijks (de abrupte afkoeling aan het eind van de Middeleeuwen). Tenslotte, zo wordt in het artikel gesteld, ook al zou de broeikastheorie kloppen en is de aarde dus inderdaad door menselijk toedoen aan het opwarmen, dan nog zijn we niet op weg naar een wereldwijde catastrofe. Zoals de Engelse emeritus hoogleraar biogeografie Philip Stott in de Engelse krant The Telegraph zei: “Gedurende de Middeleeuwen was de wereld aanzienlijk warmer dan nu en de geschiedenis toont aan dat het een heerlijke tijd was van overvloed voor iedereen”. Pas toen vanaf 1300 de temperatuur begon te dalen, ontstonden er problemen. Stott: “Oogsten mislukten en de Engelse wijnindustrie stierf. Je vraagt je dus af waarom iedereen tegenwoordig zo bang is voor opwarming”.

 

Onweer helpt steeds vaker apparatuur naar de bliksem.

Steeds meer Nederlandse huishoudens en bedrijven krijgen te maken met bliksemschade.
,,We zijn de laatste jaren veel kwetsbaarder geworden omdat we zowel binnenshuis als buitenshuis veel meer gevoelige apparatuur hebben,’’
 zegt Harry Geurts van het KNMI.

,,De kans op schade is aanzienlijk toegenomen.’’ ,,Die grotere kans op schade komt ook doordat er meer blikseminslagen zijn,’’ zegt Rob Essenboom van het in Wijk bij Duurstede gevestigd bedrijf Hommema dat gespecialiseerd is in bliksembeveiliging en aardleiding systemen.
,,Als de gemiddelde jaartemperatuur één graad stijgt, komen er tien tot twintig onweersdagen bij. In Nederland is dat het geval.’’
Volgens Harry Geurts is dat vooral te merken langs de kust. ,,De zee blijft warmer, ook in de winter. Daardoor ontstaat er vaker onweer. De cijfers wijzen dat uit. Nu al zijn er plekken langs de kust waar het in de wintermaanden vaker onweert dan in de zomer.’’ Exacte aantallen over de toename van het onweer in Nederland zijn nog niet beschikbaar. Nog altijd wordt er driftig gesleuteld aan meetapparatuur en worden nieuwe rekenmethodes getest. Geurts: ,,We werken nog niet zo lang met nieuwe registratieapparatuur. Momenteel hebben we te weinig gegevens om goed te kunnen vergelijken. Dat kunnen we pas over een aantal jaren’’
Maar ook Geurts gaat ervan uit dat het aantal onweersbuien is toegenomen. Nederland had tot voor kort gemiddeld 25 onweersdagen per jaar.
Maar in een brede strook tussen Antwerpen en Hilversum worden de laatste tijd al meer onweersdagen geteld. Minimaal dertig per jaar. Bij normaal onweer slaat ongeveer tien procent van de bliksem in. Bij een zwaar onweer kan dat oplopen tot vijftig procent. Als de bliksem (waarin de temperatuur kan oplopen tot 30.000 graden) inslaat in de buurt van gevoelige apparatuur, kan dat vergaande gevolgen hebben. De Nederlandse Spoorwegen weten daar inmiddels alles van. De geavanceerde apparatuur waarmee de NS de treinen zo foutloos mogelijk door Nederland probeert te sturen, slaat regelmatig door blikseminslagen op hol.
Geurts: ,,Ook de indirecte inslagen kunnen aardige schade toebrengen doordat alles wat in de buurt staat van een inslag als gevolg van de geleiding een aardige tik meekrijgt. Dat komt ook omdat we in en rond onze huizen veel bekabeld hebben. Als twee huizen verder de bliksem inslaat, kan er ook in jouw huis van alles kapot gaan.’’ Stekkers en pluggen uittrekken blijft daarom de boodschap. Een kabelnet strekt zich uit over enorme afstanden. Als ergens in de buurt van een kabel de bliksem inslaat, kunnen spanningen binnenkomen die zich met gemak kilometers verplaatsen en daar een televisie naar de bliksem kunnen helpen.
Het is echter niet zo dat de gevoelige apparatuur in huizen en kantoren de bliksem aantrekt. Essenboom: ,,Dat is een fabeltje. Het laden van een wolk wordt door niets en niemand beïnvloed.’’


Top